Yannis Ritsos, werd geboren op 1 mei in 1909, in Monemvasià, jongste van vier. In 1917 schrijft hij zijneerste verzen, schildert en musiceert. Hij krijgteen eerste aanval van tbc. In 1922 «de catastrofe»: een half miljoen Grieken wordt verdreven uit W.Kl.Azië: vader geruïneerd, gezin ontredderd. In 1925 gaat hij naar Athene, studeert talen, werkt, dicht. De tbc bezorgt hem een doodsobsessie, de redding: poëzie, levensdoel: «mijn volk helpen» = sociaal-revolutionair ideaal, behoudt dit levenslang; begint gedichten te publiceren. In 1933 wordt hij artistiek verantwoordelijke bij een linkse politieke beweging en werkt als lector en corrector; voorziet eerste dichtbundel Van 1940 tot 1944 duurt de oorlog en de bezetting. Hij sympathiseert met het Verzet: wordt gezocht, leeft ondergedoken bij wisselende vrienden. In 1945 sluit hij zich aan bij E.L.A.S., het Grieks Volks Bevrijdings – Leger. In 1948 wordt hij opgepakt en tot 1952 gedeporteerd: Lemnos, Makronissos. In 1952 terug te Athene waar hij werkt als journalist voor «De Dageraad». In 1956 reist hij naar Moskou als lid Centraal Buro Gr. Komm. Partij en ontvangt de Griekse Nationale Prijs Poëzie. In 1960 wordt zijn cyclus «Epitafios» op muziek gezet door Theodorakis. Ritsos wordt steeds meer geliefd door ‘het volk'; begin talloze toespraken en poëzielezingen zijn «Romiosini» wordt op muziek gezet door Theodorakis. Van tot 1967-1973: rechtse staatsgreep = ‘het kolonelsregime': Ritsos wordt opgepakt en gedeporteerd naar de gevangeniseilanden Gyaros en Leros, daarna huisarrest op Samos. In 1970 schrijft de «18 liedjes», op vraag van Theodorakis die ze componeert. Het werk van Ritsos werd met talloze internationale poëzieprijzen bekroond en in vele talen vertaald en gepubliceerd. In 1989 verschijnt zijn laatste dichtbundel, de 109de: «Momentopnamen». Hij overlijdt in 1990 op 10 november te Athene. Vooravondlied De kippen pikten nog op straat. De oude kapiteinsvrouw zat op de drempel met haar kleinste kleinkind geborgen tussen haar knieën. Een jongen sleurde met een mand. De huizen slordig naast elkaar bij avondval; hun oude koffers, ijzeren bedden, tafels, prenten. Een grammofoon kraste vermoeid uit een gesloten kamer. En lakens ontvouwden met vierkant omhaal hun klein verhaal. De zee was niet te horen. Een grote, ongeziene hand verhief de stoelen twee handbreed boven de aarde. Hoe zou de mens kunnen leven zonder poëzie? ************** Dagelijkse voorvallen Ze zei hem: «Neem de sleutel mee - en als je thuiskomt, eender wanneer, doe open en kom binnen. Je vindt me hier.» Vele jaren gingen voorbij. Toen hij opendeed: het eerste wat hij aankeek, in de spiegel aan de kleerkast, daar, vlak voor de voordeur, was hij zélf, merkbaar verouderd, met z'n grauwe plunjezak. Zodus ook hier alleen híj zélf aan het wachten op zichzelf? Daarnaast, aan de muur, met een punaise vastgeprikt, een blaadje: «Wacht op mij. Ben voor een tijdje in de tuin.» Hij nam z'n pet, stak het briefje in z'n zak De duimspijker bleef achter aan de wand, hij glinsterde als een insect, versloten in zijn eigen leven, op een gouden, warme middag. Yannis Ritsosi Uit: “ROMIOSINI en andere gedichten”
Gennadi Ajgi werd geboren op 21 augustus 1934 in het dorpje Sjajmoerzjino in de Tsjoewasjische republiek, aan de Wolga, 400 km ten oosten van Moskou. Hij studeerde aan het Gorki instituut van Literatuur en werkte in het Majakowski museum in Moskou. Zijn eerste gedicht publiceerde hij in 1949 in het Tsjoewasjisch. Pas in 1960 begon hij, op aanraden van zijn vriend Boris Pasternak, in het Russisch te schrijven. Zijn gedichten verschenen in verschillende talen en werden meermaals bekroond. Hij wordt ook regelmatig op internationale poëziefestivals geïnviteerd. Zo was hij ook te gast op Poetry International in Rotterdam. Ajgi vertaalt ook poëzie uit het Frans in het Tsjoewasjisch en in Russisch. Wat zijn poëzie betreft is hij een minimalist en breekt resoluut met de Russische traditie. Hij maakt nieuwe woorden, die hij vormt met samen-voegingen van tegenstellingen, zoals stilte-kreet, schaduw-uitstraling, vreemd-knus, sacraal-volks, rustgevend-onrust. Ieder woord is een impressie, een “rivier van stemmingen”, een “eiland van parels”. Steeds terugkerend zijn de natuurelementen: de nevelen, de sneeuw, de bomen, het veld, een open plaats in het bos. Maar ook de stilte en het licht zijn essentieel. De poëzie van Ajgi lijkt bij de eerste kennismaking niet eenvoudig. Hij speelt met het werkwoord. Hij is kwistig met deelwoorden en de in het Russisch zo geliefde gerundium. Vaak laat hij het werkwoord vallen en geeft hij een opsomming van woorden. Toch is zijn poëzie niet hermetisch. Kernpunten worden cursief of met spaties weergegeven. Woorden worden herhaald. Daarbij geeft Ajgi de lezer het middel om in te breken in de uiterlijke geslotenheid. De lezer zal zelf de werkwoorden bedenken die Ajgi door leestekens heeft vervangen. De lezer zal de met puntjes gesuggereerde verzen zelf invullen. Steeds opnieuw. Tot alle onzichtbaarheden zichtbaar en alle onduidelijkheden duidelijk zijn geworden. Het woord is bij Ajgi méér dan woord. Het woord is beeld. Het woord is muziek. Rivier buiten het dorp en lijkend op een spinnenweb als stof uit de bodem als op de zolder opgaand in het veld en zijde en spinnenweb worden er door aangetrokken laten zich meeslepen en verschijnen als buren net als schaduw en stof en lijkend op een spinnenweb zoals zijde in vervoering niet van hier lijkt te zijn en het verband met de wolken uit donzig-wankel gras de ogen misleidend met een blos op het gezicht. Gennadi Ajgi Uit: “In nevelen van stilte”
Mahmud Darwisj is in 1942 in al-Birwa, een dorpje in Galilea uit een christelijke familie geboren. In 1948 is zijn familie naar Beiroet uitgeweken. Met zijn tweede bundel “Vogels zonder vleugels” werd hij ook in het buitenland bekend als dichter van het Palestijnse verzet. Zoals in “Minder rozen”, zijn populairste bundel, die ondermeer in de publicatie van POINT is opgenomen, blijft de Odyssee van het Palestijnse volk als een rode draad doorheen zijn poëtisch werk lopen. Darwisj werd meermaals gevangen genomen. Na in diverse landen tijdelijk te hebben verbleven leeft hij nu in Ramallah, waar hij het tijdschrift al-Karmel publiceert. Darwisj, ongetwijfeld de bekendste Palestijnse dichter is eveneens een van de belangrijkste hedendaagse Arabische dichters. Arabische dichters. Zijn werk werd in talloze talen vertaald en gepubliceerd. De uitgave van POINT is de eerste in het Nederlandse taalgebied . Op deze aarde Op deze aarde is er iets dat verdient om geleefd te worden: de ongewisheid van april, Op deze aarde is er iets dat verdient om geleefd te worden: het einde van september, een dame die met al haar weelderigheid de veertig overschrijdt, het uur zon in de kerker, wolken die een groep mensen imiteren, de bijval van een volk dat hen begeleidt, die de dood lachend tegemoet gaan, en de angst van de tiran voor de gezangen. Op deze aarde is er iets dat verdient om geleefd te worden: op deze aarde bevindt zich de heerseres van de aarde, de moeder van het begin en van het einde. Ze heette Palestina. Ze blijft zich Palestina noemen. Mijn heerseres: ik verdien dat je mijn heerseres bent, ik verdien te leven. Mahmoed Darwisj Uit: “Minder rozen en andere gedichten”
* Het in augustus 2004 in Roemenië verschenen boek “de Weg - Tegenlicht” werd door de Universiteit Ovidius gelauwerd als de beste buitenlandse poëziebundel op de
Germain Droogenbroodt voltooide de Weg , een poëtische brug tussen Oost en West in 1998 in India. De eerder filosofische, soms mystieke verzen fascineerden zowel lezers in het Westen als in het Oosten. Het boek werd reeds in dertien talen gepubliceerd, waaronder het Arabisch, het Hindi en Chinees, waar “de Weg” weer zijn oorspronkelijke titel kreeg, namelijk: TAO. Tijdens de daaropvolgende vier jaar schreef de Vlaams-Spaanse dichter slechts 19 uiterst korte gedichten, de cyclus: Amanece el cantor (De zanger ontwaakt), een hommage aan hem vertaalde en zeer gewaardeerde overleden Spaanse dichter José Ángel Valente, cyclus die net als “Gesprek met de overkant” een hommage aan Hans Faverey, in de huidige publicatie opgenomen is. Germain Droogenbroodt verbleef in 2003 enkele weken in Ronda, waar Rilke ondermeer zijn Spanische Trilogie schreef. Dat de nieuwe gedichten ánders zouden worden dan de Weg lag voor de hand, toch houdt “Tegenlicht” enigszins dezelfde filosofische lijn aan. Zoals de Weg bevat ook deze cyclus een aantal kritische gedichten die naar de actualiteit verwijzen. Gaandeweg wordt evenwel duidelijk dat de titel van de reeks niet naar de fotografie verwijst, maar naar een ander dan het artificiële licht van de media en de consumptiemaatschappij dat geen verlichting brengt, maar verblindt. Maar al is de toonaard meestal in mineur, er is nog het licht van de hoop want zoals het laatste vers luidt: “er is nog stem”. Zoals in de gedichten die vóór de Weg verschenen duiken in deze cyclus weer natuurbeelden op die evenwel onderdeel zijn van een geheel en in relatie staan met de dingen, met het bestaan of het “zijn” van de mens, niet alleen als tijdelijk bewoner van deze planeet, maar ook als onderdeel van een kosmos waarvan hij de geheimen nog lang niet ontsluierd heeft. Rafael Carcelén García
Dageraad Traag zoals een gedicht zichzelf schrijft ontstaat de dageraad uit het niets ontdoet zich van de stilte en brengt licht alom duikt op het groen teerspijs voor de zon die van de aarde geen ander duister neemt dan de nacht. *** Vreemd geworden , de hemel de god van liefde en mededogen de bedding is haar rivier de richting haar bestemming kwijt alleen het tegenlicht wijst nog de weg. *** Volg van de nacht niet de sterren maar stroomopwaarts de duisternis die aards en tastbaar is spaar de aalmoes niet deel met de nachtnomaden het brood en de wijn werp rozen in de dageraad. Uit: “ Tegenlicht - Contraluz Germain Droogenbroodt
Sohrab Sepehri werd 1928 in Kashan, Iran, geboren en studeerde schilderkunst. Na zijn studies was hij enige tijd in dienst van de staat maar gaf in 1964 zijn betrekking op om zich uitsluitend aan de poëzie en de schilderkunst te wijden. Sepehri reisde veel en verbleef ook enige tijd in the Verenigde Staden en in Parijs. In 1979 werd vastgesteld dat hij kanker had. Zijn reis naar Engeland voor behandeling was tevergeefs. Hij stierf een jaar later in Teheran en werd in Kashan, zijn geliefde geboortestad, begraven.
En nu de val van de kleur
Zoals het mysterie van de geboorte, Toen het ophield te regenen Sohrab Sepehri
Voor de meeste poëzielezers zullen haiku's niet onbekend zijn. Dat rijmloze minigedicht, dat uit 3 regels van achtereenvolgens 5-7-5 lettergrepen bestaat is in Japan, waar het oorspronkelijk vandaan komt, zeer populair. Omdat bij de meeste Westerse haiku's dat bijzondere, geraffineerde Oosters parfum ontbreekt kozen bij de beste gedichten van de vier Japanse grootmeesters in het genre. Belangrijk is dat het hier om een geheel nieuwe poëtische versie van de gedichten gaat. Bashô gaf zijn volgelingen volgende raad: zoek de weg niet van de ouderen, maar zoek wat zij hebben gezocht . Dat hebben wij wat de vertaling betreft ook gedaan. De kortgedichten zijn meestal suggestieve impressies, die door de dichter niet worden toegelicht. De natuur speelt de hoofdrol en de woordkeuze duidt meestal aan in welk seizoen het gebeuren zich afspeelt. Als voorbeeld een gedicht van Buson, waar het duidelijk om een gebeuren in de lente gaat: Je gaat nu weg, ach,/en de wilgen zijn zo groen/de weg is zo ver... Een kikker Bashô * Een witte chrysant Buson * Eerst strijkt het zijn snor Issa * Niet te ontwarren Shiki Herdichting: Germain Droogenbroodt Uit: “De
mooiste Japanse haiku's”, POINTnr 64
"De
versteende slaper
Vlak bij Stolac bevindt zich het middeleeuwse grafveld Radimlja waar
graftomben versierd met raadselachtige figuren en symbolen ook nu nog
getuigen van de middeleeuwse Bosnische cultuur. De schrijver werd erdoor
gefascineerd en wijdde zijn leven aan de studie van die voorstellingen en
het verzamelen van inscripties. De slaper in de graftombe gaat terug op de
legende dat onder de oude Bosnische grafstenen goede mensen (de
Rechtvaardigen) rusten, die vielen in de strijd tegen het kwaad van hun
tijd.
In zijn vroeger werk sloot Dizdar aan bij de sociaal-realistische stroming
in het vooroorlogse Joegoslavië. Ook zocht hij aansluiting bij de
middeleeuwse liefdeslyriek en legenden. Vervolgens gebruikte hij een
symbolisch uitgewerkt systeem om het existentialistisch gevoel van de
tragiek van het bestaan uit te drukken. Later ging hij over op een vrijere
versvorm, daarbij surrealistische effecten en woordspel niet schuwend. Zo
kwam hij in
“De versteende slaper” tot een persoonlijke moderne poëzie die thematisch verbonden bleef met de mythologische thema’s van zijn Bosnië. In de ontwikkeling van de Bosnische poëzie nam hij een vrij autonome plaats in net als Ivo Andric in het proza. Dit - het belangrijkste - werk van Dizdar werd in meerdere talen vertaald en gepubliceerd. Robert Stallaerts
“Het was een deel van Illyrië Ianus Pannonius. Elegieën (VI)
Uitdagend stelt iemand de vraag
Wie wat waar is vergeef me
Hoe is
Dat Bosnië
Zeg me
En prompt volgt het antwoord
Er was vergeef me een land
Bosnië
En arm en kaal
En koud en kil
En daarbij nog
Vergeef me
Trots
En vol van dromen
Mak Dizdar
"Het poëtisch gelaat van de Balearen” Jaarlijks trekken er miljoenen toeristen naar de Balearen, op zoek naar
zon en zee. Maar wat hebben die door de Middellandse zee van het vasteland
afgescheiden eilanden voor cultuur? Wordt daar ook poëzie geschreven? Ja,
er werd en er wordt daar ook poëzie geschreven. Soms ondergronds, zoals
dat tijdens de langjarige Franco-dictatuur moest, toen publicatie in de
eigen taal verboden was.
Professor Rosselló Bover, groot kenner van de poëzie van de Balearen en
van de Catalaanse poëzie, heeft voor POINT niet alleen in interessante
keuze gemaakt uit het werk van 20 dichters, maar schreef ook, samen met de
vertaler, een zeer verhelderende inleiding die de lezer niet alleen over
de
poëzie informeert, maar ook over de politieke achtergronden.
Dank zij een royale steun van het Ministerie van Cultuur van de Balearen
is dit een uitzonderlijk lijvig boek, een bijzonder complete anthologie
geworden die evenwel aan de normale prijs aangeboden wordt,
zoals in de nieuwe POINT reeks nu, in hard cover.
Josep M. Llompart
Omdat Milosz het dichterlijke metier perfect beheerst en vaak teruggrijpt naar traditionele dichtvormen, wordt hij wel eens een klassiek dichter genoemd. Tegelijk is zijn poëzie echter een zoektocht naar iets nieuws: een “ruime vorm” die het midden houdt tussen proza en poëzie en die diepzinnige filosofische en morele beschouwingen koppelt aan een sensualistische beschrijving van de werkelijkheid.
Een dal en erboven bossen in de kleuren van de herfst. 1985
Czeslaw Milosz
Het kleine Oostenrijk kan op een aantal dichters met
wereldfaam bogen. De bekendste zijn ongetwijfeld Ingeborg Bachmann en Paul
Celan, maar ook H.C. Artmann, Christine Busta, Erich Fried, Ernst Jandl,
Friederike Mayröcker zijn bij insiders bekend. Wie heeft evenwel ooit de
prachtige liefdesgedichten van Paula Ludwig gelezen die ook als beeldende
kunstenares erg verdienstelijk is geweest en waarvan wij een werk op de
cover afdrukken? Brandmal
Fuad Rifka, werd 1930 in Syrië geboren maar emigreerde naar Libanon. Hij studeerde in de Verenigde Staten en in Tübingen, waar hij doctoreerde. Sinds 1966 doceert hij filosofie aan de Lebanese American University.Alhoewel hij actief betrokken was bij het literair tijdschrift Schi’r (poëzie) dat vernieuwing nastreefde, is het werk van Rifka bijzonder lyrisch en filosofisch getint, zodat men onbewust aan de grote Arabische dichters moet denken. Menig gedicht van deze moderne soefi is een oase van rust, een eiland in een wereld, waarin de stilte dag aan dag zeldzamer wordt.
Tijdens de vorige lente In de as van de ovens Fuad Rifka
|
|||||||||||||||||||||