GESELECTEERD UIT DE POINTREEKS Nrs.  4 – 35 
Prijs per bundel: € 7,30 (incl. Port €10,00) 
Belangrijk: sommige bundels “niet meer voorradig” zijn in herdruk 
en zullen binnenkort of op aanvraag weer leverbaar zijn
 
 
Your browser may not support display of this image.
 
Veertig aan de wand

Debuutbundel 
Gedichten van Germain Droogenbroodt  
Omslag in vierkleurendruk  
en 5 reproducties van: Giacomo Manzù 
 
POINTnr 4, 46p. ISBN 90-71152-05-7 
 

 

 
Veertig aan de wand

voor Peter Huchel

Door de prangende hitte 
stoot de kromhoorn het signaal: 
de zon verstart 
verschroeit 
de korstige grond

Schaars 
wordt de lafenis  
aan de bron 

Vóór de kudde 
 

- bedachtzaam nu   
 
schrijdt de man 
haalt uit zijn herderstas 
de oude schalmei  
en zingt 
met zachte weifelstem  
zijn weemoed uit.
 
 
Germain Droogenbroodt 
 
Uit: “Veertig aan de wand”, POINTnr 4 


 
Als ik groot ben als de mier

Anthologie, moderne poëzie uit Bosnië, Kroatië, Servië  
Vertaling: Jana Beranovà, Mon Detrez,  
Robert Stallaerts, Frans Vyncke 
Omslag en 5 reproducties van: Eugène Dodeigne
 
 
POINTnr 8, 48p. ISBN 90-71152-11-1 
 

Your browser may not support display of this image.
 

 
De dood van een sterrenkundige

Hij moest sterven zeggen ze  
Sterren waren hem nader  
Dan mensen

Mieren zeggen ze hebben hem opgevreten  
Hij beeldde zich in dat sterren  
Mieren voortbrengen en mieren sterren  
Zijn huis vulde hij daarom met mieren

Zijn hemelse bedriegstertjes zeggen ze  
Hebben hem zijn kop gekost  
En belachelijk is het gerucht  
Van een dolk met vingerafdrukken

Hij was eenvoudig niet van deze wereld zeggen ze  
Hij begaf zich op zoek naar de zonnebloem  
Waarin de wegen samenvloeien  
Van alle harten en alle sterren

Hij moest sterven zeggen ze. 
 
Vasco Popa 
Vertaling: Jana Beranovà 
 
Uit: “Als ik groot ben als de mier”, POINTnr. 8 

 


Your browser may not support display of this image.
 

Schuim op de stem

Anthologie, moderne poëzie uit Marokko  
Vertaling en inleiding: Theo Dirix 
Omslag: Farid Belkahia 
 
POINTnr 10, 40p. ISBN 90-71152-13-8 
 

 
 

Geurige scherven van de dood 


 
ik wil uw zoon niet langer zijn 
ik zal de ogen van uw kamelen 
vullen met gloeiende was 
ik zal de ingewanden uit uw palmbomen rukken 
ik zal dwalen 
door het kwade van uw harem 
ik zal uw verstoten vrouwen  
bevruchten 
en op een welbepaalde dag  
zullen uw stem en die van de straatventer  
in de soek 
gaan bedelen  
om de wereld  
en om uw kind  
al dood. 

Mohammed Alaoui Belrhiti 
 
Vertaling: Theo Dirix 
Uit: “Schuim op de stem”, POINTnr. 10

 


 
Als ze me martelen

Poëzie van vermoorde, gevangen  
en verbannen dichters
 
Vertaling en inleiding: Germain Droogenbroodt 
Omslag en 5 reproducties van:Luis Caballero
 
 
POINTnr 11, 48p. ISBN 90-71152-14-6 
Niet meer voorradig 

Your browser may not support display of this image.
 
 

De rat

We zijn niet vrij 
ook de bewakers niet 
en zeker niet de agent die eeuwig op zijn hoede is  
de ramen zijn niet vrij 
de tralies niet noch de deuren 
tot bloedens toe met ijzer beslagen  
Vrij is de rat 
die vannacht 
haar naam voluit heeft geschreven  
in de kast op de gele kaas

Tomas Jastrun (Polen) 
 
Vertaling uit het Duits: Germain Droogenbroodt
 
Uit: “Als ze me martelen”, POINTnr. 13 
 


Your browser may not support display of this image.
 

De schreden van de nacht  
in het gras

Anthologie, moderne Oostenrijkse poëzie  
Vertaling en inleiding: Germain Droogenbroodt 
Omslag en 5 reproducties van:Guy Leclercq 
 
POINTnr 13, 48p. ISBN 90-71152-16-2 
 

 
 

De grote leugens 

De grote leugens  
hebben helemaal geen  
korte benen

hun benen 
lijken kort 
omdat hun armen  
zo lang zijn 

de armen 
van de grote leugens  
reiken zo ver  
dat ze de waarheid 
benen kunnen geven  
of gebeenten.

Erich Fried 
 
Vertaling uit het Duits: Germain Droogenbroodt 
 Uit: “De schreden van de nacht in het gras”, POINTnr. 13 
 
 


 

Kijken in een waterput

Anthologie, moderne Bulgaarse poëzie  
Vertaling en inleiding: Raymond Detrez 
Omslag en 5 reproducties van diverse Bulgaarse artiesten

POINTnr 15, 42p. ISBN 90-71152-18-9 
 

Your browser may not support display of this image.
  
 
 
 

Kijken in een waterput

Plotseling. Uit het niets. Tot stikken toe. Bij de keel.  
Zonder reden. Onbegrijpelijk, Stemming. 
En vergeefs. En wanhopig. Urenlang. Zelfbeheersing.  
Over één of ander niets. 

De logika naar de duivel. Eeuwige oorzaken. En duurzaamheid.  
Alomtegenwoordige voorbijgaande. 
Jij bent mijn weerlegging. En mijn enige bewijs:  
Iets daar. Ik weet het niet. Maar waarschijnlijk
.  

Blaga Dmitrova

Uit: “Kijken in een waterput”, POINTnr. 15 

 


Your browser may not support display of this image.
 

7 x Japan

Anthologie, moderne Japanse poëzie  
Vertaling: Carla Aerts,  
Germain Droogenbroodt-John Solt 
Omslag en 6 reproducties van: Jositoschi Mori 
 
POINTnr 18, 46p. ISBN 90-71152-21-9 
 

 
 

Asters

De waarheid 
behoeft niet veel woorden 

in een kleine beweging bloeit iets helders  
wild gras gelijk 
trillend in de wind 

Hoshino Tomihiro 

Haiku

De herfst komt nader  
als in het licht de muggen  
reeds zeldzaam worden

Kyoshi

Uit: “7 x Japan”, POINTnr. 18  
 


De koele hoeken en kanten van de schaduw

Anthologie, moderne Catalaanse poëzie 
Vertaling: Bob de Nijs en Germain Droogenbroodt 
Inleiding: Rafael Alemany en Vicent Martínes 
Omslag en 5 reproducties van: Antoni Tàpies

POINTnr 19, 48p. ISBN 90-71152-22-7 
 

Your browser may not support display of this image.
 
 
 

Herfst te Brugge

Bomen gieten hun loof van koper uit 
over de troebele stilte van het kanaal; 
een wereld van grillig kolkende steen kruipt 
op de brug en geeft je een teken van zijn verhaal. 

Half onderdrukt een zucht; er valt een traan, 
een spel slechts van de lucht die oud geworden is  
als beeld en brug, het water onderaan  
en zelfs het hart in zijn beklemde duisternis. 

Een engel duwt de wijzer van de klok

en rijgt, om de minuut, in zijn droefgeestigheid  
de kralen tot een krans: die van zijn lot 
halfweg lucht en duizendvoudige ware.

De brakke wateradem is ver weg. 
Heimwee hult in dichte nevel elk moment.  
Brugge droomt: een spookschip is aangelegd  
terwijl ze tastbare schepen niet eens meer kent. 

Josep Carner 
 
Vertaling: Bob De Nijs 
 Uit: “De koele hoeken en kanten van de schaduwt”, POINTnr. 19  
 
 


Want jullie dromen zijn bedrog   
Denn euere Träume sind schlecht

Anthologie, moderne Duitse poëzie 
Tweetalig: Duits-Nederlands 
Vertaling en inleiding: Germain Droogenbroodt 
Omslag: werk van Fred Thieler 
  
POINTnr 20, 64p. ISBN 90-71152-24-3 
 

Your browser may not support display of this image.
 

 
 Andere aarde  

Pas als de bomen geteld zijn en het loof

blad voor blad naar de openbare diensten wordt gebracht  
zullen wij weten, wat de aarde waard was.  
Te duiken in rivieren vol water  
en kersen te plukken op een morgen in juni  
zal een privilege zijn, niet voor velen.  
Graag zullen wij ons aan de verbruikte wereld  
herinneren, toen de tijd zich vermengde  
met monsters en engelen, toen de hemel  
een open afvoerpijp was voor de rook  
en vogels in zwermen over de autosnelweg vlogen  
(wij stonden in de tuin, en onze gesprekken  
hielden de tijd stil, het sterven van de bomen  
verdwijnende legenden van netelkruid). 
 

Shut up. Een andere aarde, een ander huis. 
{Een haviksvleugel ìn de kast. Een blad. Een glas water.) 

Christoph Meckel 
 
Vertaling: Germain Droogenbroodt 
Uit: “Want jullie dromen zijn bedrog”, POINTnr. 20
 

Your browser may not support display of this image.
 
Jardin public

Gedichten van Annmarie Sauer 
Omslag en zes reproducties: werk van Hugo Besard

POINTnr 21, 48p. ISBN 90-71152-25-1 
Niet meer voorradig 
 

 

 
Toevertrouwd aan de tijd 
Confié au temps

 
Anthologie, moderne Franstalig-Belgische poëzie 
Tweetalig: Frans-Nederlands  
Vertaling: Anne Reniers, Germain Droogenbroodt, Frank De Crits 
Inleiding: Frans De Haes 
Omslag: werk van Jean-François Octave 
  
POINTnr 23, 56p. ISBN 90-71152-27-8 
 

Your browser may not support display of this image.
 
 
 
 

Gedicht   

Op het ogenblik dat ik toe wou slaan  
zag ik in de ogen van de mol  
mijn eigen leven opspringen 
zag ik dat mijn gedicht 
onder het witte blad 
als aan het einde van de onderaardse gangen 
de lange weg van zijn adem vond

Guy Goffette 
 
Vertaling: Germain Droogenbroodt-Annie Reniers 
Uit: “Toevertrouwd aan de tijd”, POINTnr. 23
 


 
Hoor de kleine kreet  
Escuta o pequeño grito

Anthologie, moderne Portugese poëzie 
Tweetalig: Portugees-Nederlands 
Vertaling en inleiding: August Willemsen 
 Omslag: werk van Vieira da Silva 
  
POINTnr 24, 56p. ISBN 90-71152-28-6 
Niet meer voorradig 
 

Your browser may not support display of this image.
 
 

Genese  

Elk gedicht begint des ochtends, bij zonsopgang. Zelfs 
als men de zon niet ziet (dat wil dus zeggen, regenlucht)  
verklaart het gedicht alles, het geeft licht 
aan de aarde, aan de hemel, en met wolken tussendoor - licht hindert  
als het overmatig is. Daarna stijgt het gedicht 
op met de nevelen die de dag met zich sleept, kruipt in 
de kruinen van de bomen, zingt met de vogels en stroomt met de beken  
die niemand weet waarvandaan komen en niemand weet waarheen  
gaan. Het gedicht vertelt hoe alles is gemaakt: 
behalve het gedicht zelf, dat begint bij een grijs toeval, 
zoals deze ochtend, en eindigt, eveneens bij toeval,  
met de zon die bijna opkomt.

Nuno Júdice

Vertaling: August Willemsen 
Uit: “Hoor de kleine kreet”, POINTnr. 24
 


Your browser may not support display of this image.
  

Gesprek met het zwijgen  
Gespräch mit dem Schweigen

Gedichten van Peter Huchel 
Moderne Duitse Poëzie 
Tweetalig: Duits-Nederlands  
Vertaling: Germain Droogenbroodt 
Cover: A.R. Penck

POINTnr 25, 56p. ISBN: 90-71152-29-4

 
De vijfentwintigste bundel in de POINT-reeks was een hommage aan een van de grootste Duitstalige dichters van de twintigste eeuw: Peter Huche!. Veertien jaar lang was hij hoofdredacteur van het Oost-Duitse Sinn und Form, in die tijd een van de belangrijkste literaire tijdschriften van Europa. Deze uitgave wil een eresaluut zijn aan deze dichter-uitgever die, voor de vrijheid van het woord, onwillig om aan het bedrijf der politieke (mis-) leiders deel te nemen, verstoten en  geïsoleerd werd en in exil stierf.

Peter Huchel, 1903 in Lichterfelde bij Berlijn geboren, bracht zijn jeugd in Mark Brandenburg door, waardoor vooral in zijn eerste verzenbundel het Brandenburgse landschap, de eenvoudige lieden maar al ook de natuur, onvervangbare ingrediënten zouden worden. In 1940 werd hij tot de Wehrmacht geroepen en verbleef na de oorlog enige tijd in Russische gevangenschap. Hij kiest voor Oost-Duitsland (al heeft hij nooit een partijkaart gehad), waar hij pas in 1948 met een bundel debuteert die hij zonder veel pretentie "Gedichte" titelt en die later licht gewijzigd, als Sternenreuse. Gedichte 1925-1947" (sterrennet), in West-Duitsland uitgegeven wordt.

Aanvankelijk wordt Huche!, samen met Günter Eich, Krolow en Langgässer, navolger van de natuurdichters Lehmann en Loerke gecatalogeerd. Ten onrechte. Ook al is de natuur een onvervangbaar basiselement in zijn werk, hij is geen zuiver natuurdichter. Veeleer is de natuur tegelijk medium en penseel, waarmee hij zijn beeldrijke metaforen schildert, waarin evenwel de mens zelden of nooit afwezig is. Typisch voor de "hucheliaanse " poëzie die bij de jongeren behoorlijk wat navolgers telt, is de combinatie natuur-mens, de opeenstapeling van metaforen, grote soberheid én enorme woordkracht, een eigen mythologie, gedeeltelijk met bijbelse of klassieke elementen doorspekt, die al dan niet in de actualiteit worden verzet. Huchel is een woordvirtuoos, die alle registers van de taal opentrekt om ze vervolgens tot haar soberste, puurste vorm te reduceren. Zijn compleet oeuvre beslaat slechts vier bundels, een productie van 4 à 5 gedichten per jaar!

In zijn eerste bundel lijkt de wereld nog vredig, alhoewel een aantal gedichten, waaronder “De terugtocht", in een paar regels de gruwel van de tijdloze broedermoord schildert, gruwel die iedere oorlog was en nog steeds is, de machiavellistische beelden van de media ten spijt.

Van 1949 tot 1962 was Huche! hoofdredacteur van "Sinn und Form". Onder zijn beleid werd dit internationaal literair tijdschrift het belangrijkste van het hele Duitse taalgebied. Aanvankelijk had de Führung van de Arbeiter- und Bauernstaat andere katten dan de literatuur te geselen. Maar toen het systeem begon te functioneren besliste de partijleiding dat de kunst, dus ook "Sinn und Form ", tot meerdere eer en glorie van het socialistisch ideaal diende aangewend te worden. Huchel weigert. In 1953 kon vriend Bertold Brecht het ontslag van Huchel, die alleen voor literaire en niet partijpolitieke kwaliteiten oog had, nog net voorkomen. Met de dood van Brecht was zijn lot bezegeld. Hij wordt als hoofdredacteur ontslagen en pleet geïsoleerd, de publicatie van zijn poëzie wordt verboden, alle contacten met het Westen afgesneden, (geschaduwd) bezoek wordt schaars: “Ik splijt hout, het taaie, splinterige hout van de eenzaamheid" schrijft hij.

De laatste door hem geredigeerde publicatie van "Sinn und Form" wordt een bittere afrekening met De Partij en bevat profetische woorden, zoals in het befaamde gedicht "De tuin van Theophrastus", opgedragen aan zijn zoon, de nakomelingen: "Ze gaven het bevel, om de wortel te rooien/Je licht zinkt, weerloos loof". "Ze" staat duidelijk voor de machthebbers, "het loof" ongetwijfeld voor de dichter, de poëzie. De dichter trekt zich terug in de taal die steeds een richel voor het vuur is geweest.

Een jaar later verschijnt "Chausseen Chausseen", die een behoorlijk aantal prachtige "panoramische" gedichten bevat, maar ook een striemende afrekening is. Deze grootse bundel, zonder rijmfranjes en nog soberder dan Huchel’s eersteling, begint met het gedicht "Das Zeichen" (het teken). Wie schreef/De waarschuwende tekens/Nauwelijks te ontcijferen? De bundel wordt afgesloten met de profetische woorden: ...De woestenij wordt geschiedenis/ Termieten schrijven haar/Met hun scharen in het zand/En niet gevorst zal worden/Een geslacht/ ijverig strevend/Zichzelf te vernietigen.

De mens Huchel is aangeslagen, ontgoocheld en verbitterd: "Gevangen ben droom/Je enkel brandt/Verpletterd in het vangijzer. Na bijna tien jaar zo goed als complete isolering, mag de oude man door grote druk uit het Westen, de DDR verlaten. Hetzelfde jaar, in 1971, verschijnt "Gezählte Tage", zijn derde poëziebundel. De dichter is nu vrij, maar verbannen. "'s Avonds komen de vrienden/de schaduwen van de heuvels/ze treden langzaam over de dorpel/verduisteren het zout/verduisteren het brood/en voeren gesprekken met mijn zwijgen", heet het in "Exil". De dichter weet zijn dagen geteld. De poëzie wordt nog archaïscher, wordt (nog meer) codetaal. Wie gaat achter het openingsgedicht "Ophelia" de Griekse hulpkreet zoeken, de verwijzing naar Macbeth, naar de kreet van een jonge vrouw die door de grenswachters van de ex-DDR dodelijk getroffen wordt? Huchel is verbitterd. Zelfs de roos in een glas ziet hij als een wonde in de lucht. Vier jaar voor zijn dood verschijnt zijn laatste bundel, "Die neunte Stunde" (Het negende uur), de tweede bundel die met zijn codecijfer negen, weer naar het levenseinde verwijst. In hetzelfde jaar (1977) ontvangt Huchel de Europaliaprijs. Hij sterft in de lente, op 1.5.1981 in Staufen/Freiburg.

Germain Droogenbroodt

 
+++

 
Chausseen  

Erwürgte Abendröte 
Stürzender Zeit! 
Chausseen. Chausseen. 
Kreuzwege der Flucht. 
Wagenspuren über den Acker, 
Der mit den Augen 
Erschlagener Pferde 
Den brennenden Himmel sah.

Nächte mit Lungen voll Rauch, 
Mit hartem Atem der Fliehenden, 
Wenn Schüsse 
Auf die Dämmerung schlugen. 
Aus zerbrochenem Tor 
Trat lautlos Asche und Wind, 
Ein Feuer, 
Das mürrisch das Dunkel kaute.

Tote, 
Über die Gleise geschleudert, 
Den erstickten Schrei 
Wie einen Stein am Gaumen. 
Ein schwarzes 
Summendes Tuch aus Fliegen 
Schloß ihre Wunden. 
 
Peter Huchel 
 
+++ 
 
Wegen  

Gewurgd avondrood 
Van de ineenstorten tijd! 
Wegen. Wegen. 
Kruiswegen van de vlucht. 
Karrensporen over de akker, 
Die met de ogen 
Van afgemaakte paarden 
De brandende hemel zag.

Nachten met longen vol rook, 
Met de zware adem der vluchtenden, 
Als schoten 
Op de schemering sloegen. 
Uit de vernielde deur 
Kwam geluidloos as en wind, 
Een vuur, 
Dat korzelig op het duister kauwde.

Doden, 
Over de sporen geslingerd, 
De gesmoorde kreet 
Als een steen tegen het gehemelte. 
Een zwart 
Zoemend doek van vliegen 
Sloot hun wonden. 
 
Peter Huchel  
 
+++

Der Garten des Theophrast 
 
             
Meinem Sohn 
 
Wenn mittags das weiße Feuer 
Der Verse über den Urnen tanzt, 
Gedenke, mein Sohn. Gedenke derer, 
Die einst Gespräche wie Bäume gepflanzt. 
Tot ist der Garten, mein Atem wird schwerer, 
Bewahre die Stunde, hier ging Theophrast, 
Mit Eichenlohe zu düngen den Boden, 
Die wunde Rinde zu binden mit Bast. 
Ein Ölbaum spaltet das mürbe Gemäuer 
Und ist noch Stimme im heißen Staub. 
Sie gaben Befehl, die Wurzel zu roden. 
Es sinkt dein Licht, schutzloses Laub. 
 
Peter Huchel – POINT nr 25 
 
+++

 
De tuin van Theophrastus

           aan mijn zoon 
 

Als 's middags het witte vuur 
Der verzen boven de urnen danst, 
Gedenk, mijn zoon. Gedenk diegenen, 
Die ooit gesprekken als bomen hebben geplant. 
Gestorven is de tuin, mijn ademhaling wordt moeizamer, 
Bewaar het uur, hier kwam Theophrastus, 
Met run de bodem bemesten, 
De gekwetste schors met bast verbinden. 
Een olijfboom splijt de vervallen muur 
En is nog stem in het hete stof. 
Ze gaven het bevel, om de wortel te rooien. 
Je licht zinkt, weerloos loof. 
 
Peter Huchel  
 
Vertaling: Germain Droogenbroodt 
Uit „Gesprek met het zwijgen“, POINT nr. 25
 
 


Your browser may not support display of this image.

Om de vonken

Gedichten van Elisabeth Kappner 
Cover: Boris Sipek

 
POINTnr 26, 48p. ISBN: 90-71152-30-8
Niet meer voorradig 
 

Je zei: 'Mijn dansend vlindertje' 


maar later pas 
kon ik de ritmen duiden.

Ik leunde aan je knie 
wanneer de radio gedichten sprak 
vergat mijn spel om wat langzaam 
en mooi bewoog daarbinnen;

jouw hand woog op mijn haar - 
alsof jij hoeden wilde 
wat ik nog niet te noemen wist. 
 
Elisabeth Kappner  
 
POINT nr. 26
 


Your browser may not support display of this image.
 

¡No pasarán! - ¿No pasarán?

 
Anthologie, moderne geëngageerde  
Latijns-Amerikaanse poëzie 
Tweetalig: Spaans-Nederlands 
Vertaling: Germain Droogenbroodt en August Willemsen 
Inleiding: Germain Droogenbroodt 
Omslag en 5 reproducties van: Juan Barberà 
 
 
POINTnr 27, 56p. ISBN 90-71152-31-6 
Niet meer voorradig 
 

 
 

 
Hoe moet ik jou nu zoeken, zo ver weg 
 
Hoe moet ik jou nu zoeken, zo ver weg 
 Enuncia Odio 
 

Hoe moet ik jou nu zoeken, zo ver weg, mijn liefste, 
en de liefde die me meevoer naar de toegang tot de boom,  
naar de vlucht van de vlinder 
naar de kracht, 
naar het leven 
die je me na de blijdschap ontnam, mij achterlatend in droefenis? 

Hoe moet ik jou nu zoeken, zo ver weg, 
tussen kogels die langs mijn schouders fluiten, 
en tussen het rumoer van de oorlog en de tranen?

Hoe moet ik jou nu zoeken mijn liefste, in de tijd,  
in de brede wandelgangen der dagen,  
blootsvoets en met verwarde haren,  
en met die liefde, liefde, die zich in mij  
wentelt en keert 
zoals een zee in een aquarium?

Hoe moet ik jou nu zoeken, zo ver weg,  
in dit niet aanwezig 
in dit alleen zijn, 
ìn dit niets, dat wrokkig de onzekerheid geniet  
van mijn verlaten vrouw zijn. 
 

Gioconda Belli (Nicaragua) 
 
Vertaling: Germain Droogenbroodt 
 Uit: “¡No pasarán! - ¿No pasarán?”, POINTnr. 27
 


 

 

Ingelijst

Gedichten van Frans Fransaer 
Omslag: werk van Hugette De  Wit

POINTnr 28, 48p. ISBN 90-71152-32-4 
 

Your browser may not support display of this image.
 


 

"Eeuwig als het ogenblik – 
La eternidad de lo efímero
"


Moderne Mexicaanse poëzie
 Tweetalig Spaans-Nederlands 
 Vertaling: Germain Droogenbroodt
Cover: Rufino Tamayo
POINTnr 29, 48p. ISBN: 90-71152-36-7
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )

 

Het is onze gewoonte naar Europa en de Verenigde Staten te staren alsof dat de navels van de wereld zijn. Door de eerste wereldoorlog werd een explosie veroorzaakt die de maatschappij tot in haar grondvesten roerde en op haar beurt een artistieke en intellectuele explosie teweegbracht. Door zoveel beroering in de eigen tuin hadden wij nauwelijks of geen oog voor de belangrijke veranderingen die zich tegelijkertijd in andere landen voordeden.

Als wij de grote dichteres, de benedictijnse kloosterzuster Juana Inés de la Cruz (1651-16%), de Hadewijch van Mexico buiten beschouwing laten, kunnen wij zeggen dat de in het Spaans geschreven Mexicaanse poëzie pas met de Contemporáneos weer een internationaal niveau bereikte, een literaire weging die ongeveer tegelijkertijd met de Spaanse Generación del 27 opdook. De beweging was een ongeëvenaarde poëtische bliksemschicht die de moderne Mexicaanse poëzie, ingeluid door de dichters José Juan Tablado en Ramón Velarde, nog steeds beïnvloedt. Met López Velarde sloeg de Mexicaanse poëzie een nieuwe weg in: koortsachtig werd de moderniteit, het eigentijdse nagestreefd, een nooit eerder gebruikte taal met een nieuwe inhoud, vermengd met ongebruikelijke woorden.

In tegenstelling met de andere literaire beweging, de estridentes, die futuristische en dadaïstische trekken vertoonde, hadden de contemporáneos nauwelijks oog voor de maatschappij. Het waren revolutionairen van de kunst, apolitiek en van de massa gescheiden: de la poésie avant toute chose.

Alhoewel de hedendaagse Mexicaanse poëzie ontegensprekelijk haar eigen karakter heeft, hebben de grote literaire bewegingen van het oude continent hun sporen achtergelaten: het surrealisme van André Breton en Antonín Artaud die het land bezochten, Valéry die de contemporáneos fascineerde en later de Spanjaarden die zich in Mexico vestigden om aan de klauwen van Franco te ontsnappen: Luis Buñuel en de dichters León Felipe, Luis Cernuda, Rafael Alberti, Emilio Prades enz.

Octavio Paz en Efraín Huerta namen de poëtische toorts van de contemporáneos over en richtten het tijdschrift Taller op. Een ander belangrijk schrift uit die tijd was Tierra Nueva, waarin All Chumacero met zijn kort maar magistraal poëtisch werk debuteerde. Bij het koor van reeds gevestigde dichters voegden zich in de jaren vijftig en zestig nieuwe stemmen, waaronder: Rubén Bonifaz Nuño - een zeer persoonlijke stem - Jaime Sabines, Juan Bañuelos, Marco Antonio Montes de Oca, Homero Aridjis en José Emilio Pacheco. Ook de vrouwen laten zich in de Mexicaanse poëzie niet onbetuigd, Rosario Castellanos, Carmen Alardín en Enriqueta Ochoa zijn enkele van de belangrijkste vertegenwoordigsters.

Germain Droogenbroodt

 

Pausas II

 

No canta el grillo. Ritma
la música
de una estrella.

Mide
las
pausas luminosas
con su reloj de arena.

Traza
sus órbitas de oro
en la desolación etérea.

La buena gente piensa
- sin embargo -
que canta una cajita
de música en la hierba.

++++

De krekel zingt niet. Hij geeft
de muziekmaat aan
van een ster.

Hij meet
de lichtpauzen
met zijn zandloper.

Hij tekent
zijn gouden banen
in de etherische desolatie.

Maar de goegemeente denkt
- hoe dan ook -
dat een muziekdoosje zingt in het gras.

José Gorostiza – POINT nr 29

++++

Dibujos sobre un puerto

      a Roberto Montenegro


1. El alba

El paisaje marino
en
pesados colores se dibuja.
Duermen las
cosas. Al salir, el alba
parece sobre el mar una burbuja.
Y la vida es apenas
un milagroso reposar de barcas
en la blanda quietud de las arenas.

+++

                          Beschrijvingen van een haven

                      aan Roberto Montenegro

1. De dageraad

Met donkere kleuren
komt het zeelandschap tot stand.
De dingen dromen. Bij het opkomen lijkt
de dageraad een zeepbel boven de zee.
En het leven is nauwelijks meer
dan een wonderbaar verpozen van bootjes
op de zachte rust van het zand.

José Gorostiza – POINT nr 29



 

"Spinragbloemen – Flores de telarañas"

Gedichten van Miguel Hernández
Spanje
 Tweetalig Spaans-Nederlands 
 Vertaling: Germain Droogenbroodt
Cover: Siegfried Reich an der Stolpe

POINTnr 30, 64p. ISBN: 90-71152-37-5
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )

 

Hij kwam met drie wonden, die van het leven, die van de liefde die van de dood, schreef Hernández over zichzelf. inderdaad, de liefde werd afwezigheid en tijdens zijn leven werd hij ongenadig door het noodlot vervolgd. En de dood? Hij stierf aan uitputting, amper eenendertig jaar oud...

Miguel Hernández Gilalbert werd op 30 oktober 1910 als zoon van een arme geitenboer in Orihuela/Alicante geboren. Op vijftienjarige leeftijd moet hij de school verlaten om de kudde geiten van zijn vader te hoeden. Als jongeling begint hij regelmatig zijn impressies in een cahier neer te schrijven. Zijn barokke verzen zijn lofzangen op de natuur en zijn geboortestad, waarin de invloed van Spaanse dichters Bécquer, Juan Ramon Jiménez en de locale Gabriel Miró zwaar doorwegen.

Hij realiseert zich evenwel de beperktheid van zijn culturele bagage. Zonder geld trekt de eenentwintigjarige eind 1931 met een schrift gedichten naar Madrid, de Olympus der Spaanse dichtersgoden. Hij bereikt er niets, maar de confrontatie met de literaire actualiteit opent zijn ogen. Zeven maand later verschijnt zijn debuutbundel Perito en lunas (maanexpert), een poëtische tour de force.

Het jaar 1935 is niet alleen voor de ambitieuze dichter belangrijk, maar ook voor het literair leven in het politiek roerig Spanje waar de republiek uitgeroepen wordt. Van cruciaal belang in het leven en in het werk van Hernández is zijn vierde reis naar Madrid en de daaruit voortvloeiende vriendschap met de Spaanse dichter Vicente Aleixandre en met Pablo Neruda die in hetzelfde jaar het tijdschrift Caballo verde para la poesía opricht, waaraan Hernández meewerkt. Het poëtisch en ideologisch gedachtegoed van beide dichters wordt voor Hernández een keerpunt en breuk met de periode van Orihuela.

Met EI rayo que no cesa (De bliksem die niet wijkt), bevestigt hij zich als volwassen en belangrijk dichter. Maar wat Hernández het meest zal bewegen is het plotselinge sterven van zijn jeugdvriend en mentor Sijé. In geen tijd componeert hij voor de overledene een elegie, waarin hij alle "Hernandiaanse" registers: liefde leven, dood, natuur emotie religie en retoriek op virtuoze wijze opentrekt. Met deze Elegía voor Ramón Sijé, die in het prestigieuze Revista de Occidente van Ortega y Gasset verschijnt, oogst de dichter alom lof en erkenning.

In 1936 breekt de burgeroorlog uit. De herder van weleer voelt zich met het onderdrukte volk verbonden en kiest als vrijwilliger partij voor het republikeinse leger. Tijdens de oorlog, waarvan hij de eerste periode in de loopgrachten doorbrengt, schrijft hij militaristische gedichten die in het soldatentijdschrift Al Ataque  gepubliceerd worden die achteraf onder de titel Viento dei pueblo (Wind van het volk) verschijnen. Ze  worden evenwel algemeen als een afwijking in het poëtisch oeuvre van de dichter gezien en zijn in een populaire, communicatieve stijl geschreven. De bundel bevat echter een aantal prachtige, sociaal geëngageerde gedichten, waaronder Het ploegkind, Lied van de echtgenoot-soldaat en de Olijvenoogsters.

De daaropvolgende bundel El hombre acecha (De belaagde mens), is reeds door de desillusie om de naderende nederlaag, lees verloren illusie, getekend. In 1939 heeft Franco de oorlog gewonnen. Hernández vlucht naar Portugal maar wordt door de Portugese autoriteiten opgepakt en aan de Spaanse Guardia Civil uitgeleverd. Begin januari 1940 wordt hij ter dood veroordeeld. Door de druk van binnen-­ en buitenlandse intellectuelen wordt zijn straf in dertig jaar internering omgezet. De levensomstandigheden in de gevangenissen zijn mensonwaardig. Hernández doet er een longontsteking op. Zijn laatste gedichten, die pas vele jaren na zijn dood als Cancionero y romancero de ausencias gepubliceerd kunnen worden, zijn hoofdzakelijk gedichten van liefde en ontstentenis. Op 28 maart 1942, op de vooravond van palmzondag, sterft hij aan ontbering in de gevangenis van Alicante.


Germain Droogenbroodt

Canción última

 

Pintada, no vacía:
pintada está mi casa
del color de
las grandes
pasiones y desgracias.

Regresará del llanto
adonde fue llevada
con su desierta mesa,
con su ruinosa cama.

Florecerán los besos
sobre las almohadas.

Y en torno de los cuerpos
elevará la sábana
su
intensa enredadera
nocturna, perfumada.

El odio se amortigua
detrás de la ventana.

Será la garra suave.
Dejadme la esperanza.



Miguel Hernández – POINT nr 30

++++

Laatste lied

              Geschilderd, niet leeg:
               mijn huis is geschilderd
            met de kleur van grote
                passies en tegenspoed.

Het zal terugkeren uit het tranendal
waarheen het werd gevoerd

met zijn verlaten tafel,

met zijn vervallen bed.

De kussen zullen

op de kussens bloeien.

En het laken

                   zal haar intens geurende,
               nachtelijke winde rond
              de lichamen wentelen.

De haat

zal achter het raam bedaren.

De klauw zal zachtaardig worden.
Laat mij
de hoop.
Miguel Hernández – POINT nr 30
+++
Casida del sediento

                       Arena del desierto
                       soy: desierto
de sed.
                    Oasis
es tu boca

donde no he de beber.

Boca: oasis abierto

a todas las arenas del desierto.

                Húmedo punto en medio
              de un mundo abrasador,
             el de tu cuerpo, el tuyo,
               que nunca es de los dos.

Cuerpo: pozo cerrado

a quien la sed y el sol han calcinado.

Cárcel de Ocaña, Mayo 1941

Miguel Hernández – POINT nr 30

+++

Kasida van de dorstige

 

 

Ik ben het zand van de woestijn:
een woestijn van dorst.
Je mond is een oase,

waaraan ik mij niet laven mag.

Mond: oase, open

voor al het zand van de woestijn.

Vochtig oord temidden

van een verzengende wereld,

die van je lichaam, jouw lichaam,
dat nooit ons beiden toebehoort.

 

Lichaam: bron,

die dorst en zon hebben verkalkt.

Gevangenis van Ocaña, mei 1941

Miguel Hernández – POINT nr 30





 

"Ritme"

Gedichten van Daniël Franck
Cover: Lebuïn D’Haese

POINTnr 31, 56p. ISBN: 90-71152-38-3
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )

 

 

 

Beroemde laatste woorden

 

En had ik nog één woord over,

het was een meeuw te zijn,
in het kielzog van zwetende matrozen
gevaarlijk dicht over de schroef te zweven
en krijsend te klapwieken
over een zee die ik de mijne noemen zou.

Of de zoomlens
in het fototoestel van de pornofotograaf.

Of jou te zijn,
in jou de dag door te komen
en door jouw ogen te zien
wat ik niet zien kan.

Daniël Franck – POINT nr 31



 

"Niet afkoopbaar met goud – 
Nicht aufzuwiegen mit gold
"


Gedichten van Reiner Kunze
Duitsland
 Tweetalig Duits-Nederlands 
 Vertaling: Germain Droogenbroodt
Cover: HAP Grieshaber

POINTnr 32, 56p. ISBN: 90-71152-39-1
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )

De poëzie van Reiner Kunze, ondertussen in meer dan dertig talen vertaald, is in ons taalgebied vrijwel onbekend. Deze ex-DDR dichter behoorde, samen met Peter Hucheltot de onverbiddelijkste critici van 'Het Systeem'. Beide dichters kregen indertijd publicatieverbod. Huchel werd uit zijn ambt, hoofdredacteur van 'Sinn und Form', ontzet en Kunze werd van docent filosofie tot fabrieksarbeider gedegradeerd. In 1977 emigreerde hij naar het andere Duitsland.

Reiner Kunze werd in 1933 in Oelsnitz geboren en studeerde filosofie en journalistiek. Zijn eerste publicaties, uitgegeven in de DDR, zijn volgens eigen zeggen 'producten van iemand die poëtisch, filosofisch en ideologisch misleid was'. De eerste bundel waarmee hij zich als (systeemkritisch) dichter profileert heet 'Sensible Wege' en draagt de niet mis te verstane ondertitel 'Alles is retoucheerbaar, alleen het negatief niet in ons'. De publicatie van deze ironische, ja, soms sarcastische bundel wordt uiteraard door de uitgeverij van het Volks) E(eigener) B(etrieb) zoals de Arbeiter- und Bauernstaat haar monopoliebedrijven noemde geweigerd. Wie Het Systeem niet naar de mond schreef werd monddood gemaakt of zoals Kunze het formuleerde: 'Wie zich niet naar de driekwartsmaat schikt kan/onder de wielen terechtkomen'. 'Sensible Wege' werd in 1969 in de Bondsrepubliek gepubliceerd.

In een land waar kranten meer schrappen dan schrijven, waar communicatie, contact met lezers, met andere schrijvers uit 'vrije' landen zoveel mogelijk bemoeilijkt wordt, is een brief 'een twee millimeter opening in de deur van de wereld'. In tegenstelling tot de beknoptheid van de gedichten zijn de titels - soms de sleutel van het gedicht - nogal eens lang: hij stopt er de niet poëtische informatie in. Kunne is ongetwijfeld de woordgierigste Duitstalige dichter, wat niet wil zeggen dat hij minder hard aan zijn poëzie werkt, integendeel. 'Zimmerlautstärke' verschijnt. Het leven wordt hem onmogelijk gemaakt. In 1977 gaat hij 'in exil' naar het andere Duitsland. De aldaar zeer populaire dichter laat zich echter in het 'vrije' Duitsland evenmin manipuleren. Ook dit is mijn land/ik vind de lichtschakelaar wel/in het donker; schrijft hij. Kunze is ook met Westmarken niet om te kopen. Hij zwijgt, tot ergernis van de nieuwsmelkers. Pas vier jaar later publiceert hij zijn eerste in het Westen geschreven bundel 'Auf eigene hoffnung.’ Als 's lands almachtige recensent op “productie” aandringt vermaant hij hem in het sublieme gedicht 'Apfel für M.R.-R.' : de hoogste tijd (om te publiceren) komt van binnen/de hoogste tijd is het/als de pitten mooi zwart zijn/en dat weet het allereerst/de boom. De artistieke eerlijkheid en argwaan voor het mediabedrijf wordt hem door de heren critici evenwel niet in dank afgenomen want: wat ze willen is niet je vlucht, ze willen/de pluimen...

De titel van de laatstverschenen bundel dekt alweer de lading: 'Eines jeden einziges leben'. Anders, minder hermetisch dan Peter Huchel, heeft Kunne met zijn heldere, beeldrijke poëzie ook een stuk DDR-geschiedenis geschreven. Ondertussen is het communistisch systeem verdwenen, maar in de wachtkamer van de toekomst doen nieuwe leiders en misleiders hun opwachting. Gedichten zoals die van Peter Huchel en Reiner Kunne waren en blijven actueel.


Germain Droogenbroodt

 


Bittgedanke, dir zu füssen

Stirb früher als ich, um ein weniges
früher

Damit nicht du

den weg zum haus
allein zurückgehn mußt

++++


Smeekgedachte, voor jou neergeknield


Sterf vroeger dan ik, een heel klein beetje
vroeger

Opdat niet jij
de weg naar huis
alleen terug moet gaan

Reiner Kunze – POINT nr 32

++++

O ist

die marke schön: der wolf und
die sieben geißlein und
seine pfote ist

ganz weiß. ..Wer

hat den brief geschrieben?

Vielleicht

die sieben geißlein, vielleicht

der wolf

... der wolf ist tot!
Im
märchen, tochter, nur
im
märchen

+++

O wat

is die postzegel mooi: de wolf en
de zeven geitjes en

zijn poot is

helemaal wit... Wie

heeft de brief geschreven?

Misschien

de zeven geitjes,
misschien
de wolf

...de wolf is dood!

In het sprookje, dochter, alleen
in het sprookje

Reiner Kunze – POINT nr 32



 

"Regenboog aan de Vltava"

Moderne Tsjechische poëzie
 Vertaling: Jana Beranová
Cover: Jiri Kolár

POINTnr 33, 46p. ISBN: 90-71152-42-1
Prijs: 8,70 € (incl. port: 10 € )

 



“Poëzie was met ons vanaf alle begin” schreef de Nobelprijswinnaar voor literatuur, Jaroslav Seifert, in de donkere jaren zeventig waarin de meeste schrijvers hun toevlucht moesten nemen tot zelfgemaakte samizdat-uitgaven. Die periode was weliswaar niet benijdenswaardig, maar deerde de creativiteit van de gevestigde auteurs niet wezenlijk.

De officieuze literatuur floreerde lange tijd zowel in het thuisland als in het Westen, waar het merendeel van de `handwerkjes' door emigrantenuitgeverijen werd gepubliceerd. Zo vond ook poëzie haar weg naar de Tsjechische lezer. Door het enthousiasme van diverse schrijvers in het buitenland werd mettertijd toch het werk van enkele coryfeeën vertaald, zoals Seifert, Holan, Holub en Skácel..

Met de minder bekende of zelfs jonge, debuterende dichter maken we in iets bredere kring kennis pas sinds eind jaren tachtig. Deze bundel is een palet, met ogenschijnlijk als enig thema: hedendaagse. Tsjechische poëzie. Toch is er een aantal aspecten dat de dichters verbindt. Het bij uitstek beeldende karakter van de poëzie bijvoorbeeld. Bij sommigen merken we zelfs een lichte hang naar het surrealisme dat, overgewaaid uit Frankrijk, destijds in het Tsjechische poëtisme culmineerde. Maar door de vaak verrassende metaforen heen blijft toch duidelijk voelbaar dat het om de gewoonste vragen van leven en dood gaat, die nauw verbonden zijn met het eigen doen van de mensen zelf.

Poëzie die de bodem van de mens aftast. Hier en daar steekt het ware absurdisme de kop op, beelden die staan in een ruk van een seconde, vol humor. Het is schommelen tussen de groteske glimlach en een diep gewortelde geladenheid, met een enkele, langademige schreeuw. Ritme en de variatie nemen daarbij een zeer eigen plaats in.

Jana Bernanovà

 

Voordracht van de meester  

Hij sprak

en de hemden van boetelingen
vielen op de grond, bezwangerd.

 

Het was de keizersnede van de gedachte,
pluchen poppetjes werden geboren, juichend.
Het was het profiel van eenieder,
geknipt uit zwart papier.

Lieveheersbeestjes kropen vanonder onze nagels.
Je kon het bazuingeschal horen bij Jericho
en het gesis van onze genen.

 

Het was schitterend, zoals hij sprak.

Ik kan me alleen niet meer herinneren
waarover.

Miroslav Holub – POINT nr 33





"Luchtgeest"

Gedichten van Annie Reniers
Cover: Jean Bilquin

POINTnr 34, 43p. ISBN: 90-71152-43-X
Prijs: 8,70 € (incl. port: 10 € )

 





het lichte vallen van de blaren
vóór de zon
druppels van aanwezigheid

opgevangen door de wemelende gloed
van de stroom

het berkenpad wacht op de genodigde
die het middaguur verbindt met middernacht

en de roep uit de kindertijd
herhaalt

de geur van het water
dieper dan water

doodsgedachte flitst op
en gaat weer liggen

deze warme adem legt alles stil
behalve ons ademen

Annie Reniers – POINT nr 34





"Weerwoord"
(brieven aan Sylvia Plath)


Gedichten van Helena van Dina
Cover: Frans Minnaert
POINTnr 35, 48p. ISBN: 90-71152-45-6
Prijs: 8,70 € (incl. port: 10 € )




Openbaring

 

op dertig begon met de dood
jouw openbaar leven

je brieven je dagboeken
je vrienden alles

werd te grabbel gegooid
en jij maar lachen

in je vuistje want je kreeg
toch wat je wou

zie mij nu jankend
als een hond

zoeken naar wat tederheid -
z
elfs geen
spoor

naar een blije lentetijd
hoe jou liefhebben

hoe jou troosten hoe
jouw lippen kussen

van gekloven klei je ogen
bevroren meren

wat rest mij
dan jou

weg te schrijven jou
a
f te schrijven

Helena van Dina – POINT nr 35