GESELECTEERD
UIT DE POINTREEKS Nrs. 4 – 35
Prijs per bundel:
€ 7,30 (incl. Port €10,00)
Belangrijk:
sommige bundels “niet meer voorradig”
zijn in herdruk
en zullen binnenkort of op aanvraag weer leverbaar zijn |
|
Veertig aan de wand
Debuutbundel
Gedichten van Germain Droogenbroodt
Omslag in vierkleurendruk
en 5 reproducties van: Giacomo Manzù
POINTnr 4, 46p. ISBN
90-71152-05-7
|
Veertig
aan de wand
voor Peter Huchel
Door de prangende hitte
stoot de kromhoorn het signaal:
de zon verstart
verschroeit
de korstige grond
Schaars
wordt de lafenis
aan de bron
Vóór de kudde
- bedachtzaam nu
schrijdt de man
haalt uit zijn herderstas
de oude schalmei
en zingt
met zachte weifelstem
zijn weemoed uit.
Germain Droogenbroodt
Uit:
“Veertig aan de wand”, POINTnr 4
Als ik groot ben als de mier
Anthologie,
moderne poëzie uit Bosnië, Kroatië, Servië
Vertaling: Jana Beranovà, Mon Detrez,
Robert Stallaerts, Frans Vyncke
Omslag en 5 reproducties van: Eugène Dodeigne
POINTnr 8, 48p. ISBN
90-71152-11-1
|
|
De
dood van een sterrenkundige
Hij moest sterven zeggen
ze
Sterren waren hem nader
Dan mensen
Mieren zeggen ze hebben
hem opgevreten
Hij beeldde zich in dat sterren
Mieren voortbrengen en mieren sterren
Zijn huis vulde hij daarom met mieren
Zijn hemelse bedriegstertjes
zeggen ze
Hebben hem zijn kop gekost
En belachelijk is het gerucht
Van een dolk met vingerafdrukken
Hij was eenvoudig niet
van deze wereld zeggen ze
Hij begaf zich op zoek naar de zonnebloem
Waarin de wegen samenvloeien
Van alle harten en alle sterren
Hij moest sterven zeggen
ze.
Vasco Popa
Vertaling:
Jana Beranovà
Uit:
“Als ik groot ben als de mier”, POINTnr. 8
|
Schuim
op de stem
Anthologie,
moderne poëzie uit Marokko
Vertaling en inleiding: Theo Dirix
Omslag: Farid Belkahia
POINTnr 10, 40p.
ISBN 90-71152-13-8
|
Geurige
scherven van de dood
V
ik wil uw zoon niet langer zijn
ik zal de ogen van uw kamelen
vullen met gloeiende was
ik zal de ingewanden uit uw palmbomen rukken
ik zal dwalen
door het kwade van uw harem
ik zal uw verstoten vrouwen
bevruchten
en op een welbepaalde dag
zullen uw stem en die van de straatventer
in de soek
gaan bedelen
om de wereld
en om uw kind
al dood.
Mohammed
Alaoui Belrhiti
Vertaling:
Theo Dirix
Uit: “Schuim op de stem”, POINTnr. 10
Als
ze me martelen
Poëzie
van vermoorde, gevangen
en verbannen dichters
Vertaling en inleiding: Germain Droogenbroodt
Omslag en 5 reproducties van:Luis Caballero
POINTnr 11, 48p.
ISBN 90-71152-14-6
Niet meer voorradig
|
|
De
rat
We zijn niet vrij
ook de bewakers niet
en zeker niet de agent die eeuwig op zijn hoede is
de ramen zijn niet vrij
de tralies niet noch de deuren
tot bloedens toe met ijzer beslagen
Vrij is de rat
die vannacht
haar naam voluit heeft geschreven
in de kast op de gele kaas
Tomas
Jastrun (Polen)
Vertaling uit het Duits: Germain Droogenbroodt
Uit:
“Als ze me martelen”, POINTnr. 13
|
De schreden
van de nacht
in het gras
Anthologie,
moderne Oostenrijkse poëzie
Vertaling en inleiding: Germain Droogenbroodt
Omslag en 5 reproducties van:Guy Leclercq
POINTnr 13, 48p.
ISBN 90-71152-16-2
|
De
grote leugens
De grote leugens
hebben helemaal geen
korte benen
hun benen
lijken kort
omdat hun armen
zo lang zijn
de armen
van de grote leugens
reiken zo ver
dat ze de waarheid
benen kunnen geven
of gebeenten.
Erich
Fried
Vertaling uit
het Duits: Germain Droogenbroodt
Uit: “De schreden van de nacht in het gras”, POINTnr. 13
Kijken
in een waterput
Anthologie,
moderne Bulgaarse poëzie
Vertaling en inleiding: Raymond Detrez
Omslag en 5 reproducties van diverse Bulgaarse artiesten
POINTnr
15, 42p. ISBN 90-71152-18-9
|
|
Kijken
in een waterput
Plotseling. Uit het niets.
Tot stikken toe. Bij de keel.
Zonder reden. Onbegrijpelijk, Stemming.
En vergeefs. En wanhopig. Urenlang. Zelfbeheersing.
Over één of ander niets.
De logika naar de duivel.
Eeuwige oorzaken. En duurzaamheid.
Alomtegenwoordige voorbijgaande.
Jij bent mijn weerlegging. En mijn enige bewijs:
Iets daar. Ik weet het niet. Maar waarschijnlijk.
Blaga
Dmitrova
Uit:
“Kijken in een waterput”, POINTnr. 15
|
7 x Japan
Anthologie,
moderne Japanse poëzie
Vertaling: Carla Aerts,
Germain Droogenbroodt-John Solt
Omslag en 6 reproducties van: Jositoschi Mori
POINTnr 18, 46p.
ISBN 90-71152-21-9
|
Asters
De waarheid
behoeft niet veel woorden
in een kleine beweging
bloeit iets helders
wild gras gelijk
trillend in de wind
Hoshino
Tomihiro
Haiku
De herfst komt nader
als in het licht de muggen
reeds zeldzaam worden
Kyoshi
Uit:
“7 x Japan”, POINTnr. 18
De
koele hoeken en kanten van de schaduw
Anthologie,
moderne Catalaanse poëzie
Vertaling: Bob de Nijs en Germain
Droogenbroodt
Inleiding: Rafael Alemany en Vicent Martínes
Omslag en 5 reproducties van: Antoni Tàpies
POINTnr
19, 48p. ISBN 90-71152-22-7
|
|
Herfst
te Brugge
Bomen gieten hun loof
van koper uit
over de troebele stilte van het kanaal;
een wereld van grillig kolkende steen kruipt
op de brug en geeft je een teken van zijn verhaal.
Half onderdrukt een zucht;
er valt een traan,
een spel slechts van de lucht die oud geworden is
als beeld en brug, het water onderaan
en zelfs het hart in zijn beklemde duisternis.
Een engel duwt de wijzer
van de klok
en rijgt, om de minuut,
in zijn droefgeestigheid
de kralen tot een krans: die van zijn lot
halfweg lucht en duizendvoudige ware.
De brakke wateradem is
ver weg.
Heimwee hult in dichte nevel elk moment.
Brugge droomt: een spookschip is aangelegd
terwijl ze tastbare schepen niet eens meer kent.
Josep
Carner
Vertaling: Bob
De Nijs
Uit: “De koele hoeken en kanten van de schaduwt”, POINTnr. 19
Want
jullie dromen zijn bedrog
Denn euere Träume sind schlecht
Anthologie,
moderne Duitse poëzie
Tweetalig: Duits-Nederlands
Vertaling en inleiding: Germain
Droogenbroodt
Omslag: werk van Fred Thieler
POINTnr 20, 64p.
ISBN 90-71152-24-3
|
|
Andere aarde
Pas als de bomen geteld
zijn en het loof
blad voor blad naar de
openbare diensten wordt gebracht
zullen wij weten, wat de aarde waard was.
Te duiken in rivieren vol water
en kersen te plukken op een morgen in juni
zal een privilege zijn, niet voor velen.
Graag zullen wij ons aan de verbruikte wereld
herinneren, toen de tijd zich vermengde
met monsters en engelen, toen de hemel
een open afvoerpijp was voor de rook
en vogels in zwermen over de autosnelweg vlogen
(wij stonden in de tuin, en onze gesprekken
hielden de tijd stil, het sterven van de bomen
verdwijnende legenden van netelkruid).
Shut up. Een andere aarde,
een ander huis.
{Een haviksvleugel ìn de kast. Een blad. Een glas water.)
Christoph
Meckel
Vertaling:
Germain Droogenbroodt
Uit: “Want jullie dromen zijn bedrog”, POINTnr. 20
|
Jardin public
Gedichten van Annmarie
Sauer
Omslag en zes reproducties: werk
van Hugo Besard
POINTnr
21, 48p. ISBN 90-71152-25-1
Niet meer voorradig
|
Toevertrouwd
aan de tijd
Confié au temps
Anthologie,
moderne Franstalig-Belgische poëzie
Tweetalig:
Frans-Nederlands
Vertaling: Anne Reniers, Germain Droogenbroodt, Frank De Crits
Inleiding: Frans De Haes
Omslag: werk van Jean-François Octave
POINTnr 23, 56p.
ISBN 90-71152-27-8
|
|
Gedicht
Op het ogenblik dat ik
toe wou slaan
zag ik in de ogen van de mol
mijn eigen leven opspringen
zag ik dat mijn gedicht
onder het witte blad
als aan het einde van de onderaardse gangen
de lange weg van zijn adem vond
Guy
Goffette
Vertaling: Germain
Droogenbroodt-Annie Reniers
Uit: “Toevertrouwd aan de tijd”, POINTnr. 23
Hoor de
kleine kreet
Escuta o pequeño grito
Anthologie,
moderne Portugese poëzie
Tweetalig: Portugees-Nederlands
Vertaling en inleiding: August Willemsen
Omslag: werk van Vieira da Silva
POINTnr 24, 56p.
ISBN 90-71152-28-6
Niet meer voorradig
|
|
Genese
Elk gedicht
begint des ochtends, bij zonsopgang. Zelfs
als men de zon niet ziet (dat wil dus zeggen, regenlucht)
verklaart het gedicht alles, het geeft licht
aan de aarde, aan de hemel, en met wolken tussendoor - licht hindert
als het overmatig is. Daarna stijgt het gedicht
op met de nevelen die de dag met zich sleept, kruipt in
de kruinen van de bomen, zingt met de vogels en stroomt met de beken
die niemand weet waarvandaan komen en niemand weet waarheen
gaan. Het gedicht vertelt hoe alles is gemaakt:
behalve het gedicht zelf, dat begint bij een grijs toeval,
zoals deze ochtend, en eindigt, eveneens bij toeval,
met de zon die bijna opkomt.
Nuno
Júdice
Vertaling:
August Willemsen
Uit: “Hoor de kleine kreet”, POINTnr. 24
|
|
Gesprek
met het zwijgen
Gespräch mit dem Schweigen
Gedichten van Peter
Huchel
Moderne
Duitse Poëzie
Tweetalig:
Duits-Nederlands
Vertaling: Germain Droogenbroodt
Cover: A.R. Penck
POINTnr
25, 56p. ISBN: 90-71152-29-4 |
De vijfentwintigste bundel
in de POINT-reeks was een hommage aan een van de grootste Duitstalige
dichters van de twintigste eeuw: Peter Huche!. Veertien jaar lang was
hij hoofdredacteur van het Oost-Duitse Sinn
und Form, in die tijd een van de belangrijkste literaire tijdschriften
van Europa. Deze uitgave wil een eresaluut zijn aan deze dichter-uitgever
die, voor de vrijheid van het woord, onwillig om aan het bedrijf der
politieke (mis-) leiders deel te nemen, verstoten en geïsoleerd
werd en in exil stierf.
Peter Huchel,
1903 in Lichterfelde bij Berlijn geboren, bracht zijn jeugd in Mark
Brandenburg door, waardoor vooral in zijn eerste verzenbundel het Brandenburgse
landschap, de eenvoudige lieden maar al ook de natuur, onvervangbare
ingrediënten zouden worden. In 1940 werd hij tot de Wehrmacht geroepen
en verbleef na de oorlog enige tijd in Russische gevangenschap. Hij
kiest voor Oost-Duitsland (al heeft hij nooit een partijkaart gehad),
waar hij pas in 1948 met een bundel debuteert die hij zonder veel pretentie
"Gedichte" titelt en die later licht gewijzigd, als Sternenreuse.
Gedichte 1925-1947" (sterrennet), in West-Duitsland uitgegeven
wordt.
Aanvankelijk
wordt Huche!, samen met Günter Eich, Krolow en Langgässer, navolger
van de natuurdichters Lehmann en Loerke gecatalogeerd. Ten onrechte.
Ook al is de natuur een onvervangbaar basiselement in zijn werk, hij
is geen zuiver natuurdichter. Veeleer is de natuur tegelijk medium en
penseel, waarmee hij zijn beeldrijke metaforen schildert, waarin evenwel
de mens zelden of nooit afwezig is. Typisch voor de "hucheliaanse
" poëzie die bij de jongeren behoorlijk wat navolgers telt, is
de combinatie natuur-mens, de opeenstapeling van metaforen, grote soberheid
én enorme woordkracht, een eigen mythologie, gedeeltelijk met bijbelse
of klassieke elementen doorspekt, die al dan niet in de actualiteit
worden verzet. Huchel is een woordvirtuoos, die alle registers van de
taal opentrekt om ze vervolgens tot haar soberste, puurste vorm te reduceren.
Zijn compleet oeuvre beslaat slechts vier bundels, een productie van
4 à 5 gedichten per jaar!
In zijn eerste
bundel lijkt de wereld nog vredig, alhoewel een aantal gedichten, waaronder
“De terugtocht", in een
paar regels de gruwel van de tijdloze broedermoord schildert, gruwel
die iedere oorlog was en nog steeds is, de machiavellistische beelden
van de media ten spijt.
Van 1949 tot
1962 was Huche! hoofdredacteur van "Sinn und Form". Onder
zijn beleid werd dit internationaal literair tijdschrift het belangrijkste
van het hele Duitse taalgebied. Aanvankelijk had de Führung van de
Arbeiter- und Bauernstaat andere katten dan de literatuur te geselen.
Maar toen het systeem begon te functioneren besliste de partijleiding
dat de kunst, dus ook "Sinn und Form ", tot meerdere eer en
glorie van het socialistisch ideaal diende aangewend te worden. Huchel
weigert. In 1953 kon vriend Bertold Brecht het ontslag van Huchel, die
alleen voor literaire en niet partijpolitieke kwaliteiten oog had, nog
net voorkomen. Met de dood van Brecht was zijn lot bezegeld. Hij wordt
als hoofdredacteur ontslagen en pleet geïsoleerd, de publicatie van
zijn poëzie wordt verboden, alle contacten met het Westen afgesneden,
(geschaduwd) bezoek wordt schaars: “Ik splijt hout, het taaie,
splinterige hout van de eenzaamheid"
schrijft hij.
De laatste
door hem geredigeerde publicatie van "Sinn und Form" wordt
een bittere afrekening met De Partij en bevat profetische woorden, zoals
in het befaamde gedicht "De tuin van Theophrastus", opgedragen
aan zijn zoon, de nakomelingen: "Ze gaven het bevel, om de wortel
te rooien/Je licht zinkt, weerloos loof".
"Ze" staat duidelijk voor de machthebbers, "het loof"
ongetwijfeld voor de dichter, de poëzie. De dichter trekt zich terug
in de taal die steeds een richel voor het vuur is geweest.
Een jaar later
verschijnt "Chausseen Chausseen", die een behoorlijk aantal
prachtige "panoramische" gedichten bevat, maar ook een striemende
afrekening is. Deze grootse bundel, zonder rijmfranjes en nog soberder
dan Huchel’s eersteling, begint met het gedicht "Das Zeichen"
(het teken). Wie schreef/De waarschuwende tekens/Nauwelijks te ontcijferen?
De bundel wordt afgesloten met de profetische woorden: ...De woestenij
wordt geschiedenis/ Termieten schrijven haar/Met hun scharen in het
zand/En niet gevorst zal worden/Een geslacht/ ijverig strevend/Zichzelf
te vernietigen.
De mens Huchel
is aangeslagen, ontgoocheld en verbitterd: "Gevangen ben droom/Je
enkel brandt/Verpletterd in het vangijzer.
Na bijna tien jaar zo goed als complete isolering, mag de oude man door
grote druk uit het Westen, de DDR verlaten. Hetzelfde jaar, in 1971,
verschijnt "Gezählte Tage", zijn derde poëziebundel. De
dichter is nu vrij, maar verbannen. "'s Avonds komen de vrienden/de
schaduwen van de heuvels/ze treden langzaam over de dorpel/verduisteren
het zout/verduisteren het brood/en voeren gesprekken met mijn zwijgen",
heet het in "Exil". De dichter weet zijn dagen geteld. De
poëzie wordt nog archaïscher, wordt (nog meer) codetaal. Wie gaat
achter het openingsgedicht "Ophelia" de Griekse hulpkreet
zoeken, de verwijzing naar Macbeth, naar de kreet van een jonge vrouw
die door de grenswachters van de ex-DDR dodelijk getroffen wordt? Huchel
is verbitterd. Zelfs de roos in een glas ziet hij als een wonde in de
lucht. Vier jaar voor zijn dood verschijnt zijn laatste bundel, "Die
neunte Stunde" (Het negende uur), de tweede bundel die met zijn
codecijfer negen, weer naar het levenseinde verwijst. In hetzelfde jaar
(1977) ontvangt Huchel de Europaliaprijs. Hij sterft in de lente, op
1.5.1981 in Staufen/Freiburg.
Germain Droogenbroodt
+++
Chausseen
Erwürgte Abendröte
Stürzender Zeit!
Chausseen. Chausseen.
Kreuzwege der Flucht.
Wagenspuren über den Acker,
Der mit den Augen
Erschlagener Pferde
Den brennenden Himmel sah.
Nächte mit Lungen voll
Rauch,
Mit hartem Atem der Fliehenden,
Wenn Schüsse
Auf die Dämmerung schlugen.
Aus zerbrochenem Tor
Trat lautlos Asche und Wind,
Ein Feuer,
Das mürrisch das Dunkel kaute.
Tote,
Über die Gleise geschleudert,
Den erstickten Schrei
Wie einen Stein am Gaumen.
Ein schwarzes
Summendes Tuch aus Fliegen
Schloß ihre Wunden.
Peter Huchel
+++
Wegen
Gewurgd
avondrood
Van de ineenstorten tijd!
Wegen. Wegen.
Kruiswegen van de vlucht.
Karrensporen over de akker,
Die met de ogen
Van afgemaakte paarden
De brandende hemel zag.
Nachten met longen vol
rook,
Met de zware adem der vluchtenden,
Als schoten
Op de schemering sloegen.
Uit de vernielde deur
Kwam geluidloos as en wind,
Een vuur,
Dat korzelig op het duister kauwde.
Doden,
Over de sporen geslingerd,
De gesmoorde kreet
Als een steen tegen het gehemelte.
Een zwart
Zoemend doek van vliegen
Sloot hun wonden.
Peter Huchel
+++
Der
Garten des Theophrast
Meinem Sohn
Wenn mittags das weiße Feuer
Der Verse über den Urnen tanzt,
Gedenke, mein Sohn. Gedenke derer,
Die einst Gespräche wie Bäume gepflanzt.
Tot ist der Garten, mein Atem wird schwerer,
Bewahre die Stunde, hier ging Theophrast,
Mit Eichenlohe zu düngen den Boden,
Die wunde Rinde zu binden mit Bast.
Ein Ölbaum spaltet das mürbe Gemäuer
Und ist noch Stimme im heißen Staub.
Sie gaben Befehl, die Wurzel zu roden.
Es sinkt dein Licht, schutzloses Laub.
Peter Huchel
– POINT nr 25
+++
De
tuin van Theophrastus
aan mijn zoon
Als 's middags het witte
vuur
Der verzen boven de urnen danst,
Gedenk, mijn zoon. Gedenk diegenen,
Die ooit gesprekken als bomen hebben geplant.
Gestorven is de tuin, mijn ademhaling wordt moeizamer,
Bewaar het uur, hier kwam Theophrastus,
Met run de bodem bemesten,
De gekwetste schors met bast verbinden.
Een olijfboom splijt de vervallen muur
En is nog stem in het hete stof.
Ze gaven het bevel, om de wortel te rooien.
Je licht zinkt, weerloos loof.
Peter Huchel
Vertaling: Germain Droogenbroodt
Uit „Gesprek met het zwijgen“, POINT nr. 25
|
Om
de vonken
Gedichten van Elisabeth
Kappner
Cover: Boris Sipek
POINTnr 26, 48p.
ISBN: 90-71152-30-8
Niet meer voorradig
|  |
Je zei: 'Mijn dansend
vlindertje'
maar later pas
kon ik de ritmen duiden.
Ik leunde aan je knie
wanneer de radio gedichten sprak
vergat mijn spel om wat langzaam
en mooi bewoog daarbinnen;
jouw hand woog op mijn
haar -
alsof jij hoeden wilde
wat ik nog niet te noemen wist.
Elisabeth Kappner
POINT nr. 26
|
¡No
pasarán! - ¿No pasarán?
Anthologie,
moderne geëngageerde
Latijns-Amerikaanse poëzie
Tweetalig:
Spaans-Nederlands
Vertaling: Germain Droogenbroodt
en August Willemsen
Inleiding: Germain Droogenbroodt
Omslag en 5 reproducties van: Juan Barberà
POINTnr 27, 56p.
ISBN 90-71152-31-6
Niet meer voorradig
|
Hoe
moet ik jou nu zoeken, zo ver weg
Hoe moet ik jou nu
zoeken, zo ver weg
Enuncia Odio
Hoe moet ik jou nu zoeken,
zo ver weg, mijn liefste,
en de liefde die me meevoer naar de toegang tot de boom,
naar de vlucht van de vlinder
naar de kracht,
naar het leven
die je me na de blijdschap ontnam, mij achterlatend in droefenis?
Hoe moet ik jou nu zoeken,
zo ver weg,
tussen kogels die langs mijn schouders fluiten,
en tussen het rumoer van de oorlog en de tranen?
Hoe moet ik jou nu zoeken
mijn liefste, in de tijd,
in de brede wandelgangen der dagen,
blootsvoets en met verwarde haren,
en met die liefde, liefde, die zich in mij
wentelt en keert
zoals een zee in een aquarium?
Hoe moet ik jou nu zoeken,
zo ver weg,
in dit niet aanwezig
in dit alleen zijn,
ìn dit niets, dat wrokkig de onzekerheid geniet
van mijn verlaten vrouw zijn.
Gioconda
Belli (Nicaragua)
Vertaling:
Germain Droogenbroodt
Uit: “¡No pasarán! - ¿No pasarán?”, POINTnr. 27
|
Gedichten van Frans
Fransaer
Omslag: werk van Hugette De Wit
POINTnr
28, 48p. ISBN 90-71152-32-4
|
|

"Eeuwig als het ogenblik –
La eternidad de lo efímero"
Moderne Mexicaanse poëzie
Tweetalig
Spaans-Nederlands
Vertaling: Germain
Droogenbroodt
Cover: Rufino Tamayo
POINTnr 29, 48p. ISBN: 90-71152-36-7
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )
Het is onze gewoonte naar Europa en de Verenigde Staten te staren alsof dat
de navels van de wereld zijn. Door de eerste wereldoorlog werd een
explosie veroorzaakt die de maatschappij tot in haar grondvesten roerde en
op
haar beurt een artistieke en intellectuele explosie teweegbracht. Door
zoveel beroering in de eigen tuin hadden wij nauwelijks of geen oog voor
de belangrijke veranderingen die zich tegelijkertijd in andere landen
voordeden.
Als wij de grote dichteres, de benedictijnse kloosterzuster Juana
Inés de la Cruz (1651-16%), de Hadewijch van Mexico
buiten beschouwing laten, kunnen wij zeggen dat de in het Spaans
geschreven Mexicaanse poëzie pas met de Contemporáneos
weer een internationaal niveau bereikte, een literaire weging die ongeveer
tegelijkertijd met de Spaanse Generación
del
27 opdook.
De beweging was een ongeëvenaarde poëtische bliksemschicht die de
moderne Mexicaanse poëzie, ingeluid door de dichters José Juan Tablado
en Ramón Velarde, nog steeds beïnvloedt.
Met López Velarde sloeg de Mexicaanse poëzie
een nieuwe weg in: koortsachtig werd de moderniteit, het eigentijdse
nagestreefd, een nooit eerder gebruikte taal met een nieuwe inhoud,
vermengd met ongebruikelijke woorden.
In tegenstelling met de andere literaire beweging, de estridentes,
die futuristische en dadaïstische trekken vertoonde, hadden de
contemporáneos nauwelijks oog voor
de maatschappij. Het waren revolutionairen van de kunst, apolitiek en van de
massa gescheiden: de la poésie avant toute chose.
Alhoewel de hedendaagse Mexicaanse poëzie ontegensprekelijk haar eigen
karakter heeft, hebben de grote literaire
bewegingen van het oude continent hun sporen achtergelaten: het
surrealisme van André Breton en Antonín Artaud die het land bezochten,
Valéry die de contemporáneos fascineerde
en later de Spanjaarden die zich in Mexico vestigden om aan de klauwen van
Franco te ontsnappen: Luis Buñuel en de dichters León
Felipe, Luis Cernuda, Rafael
Alberti,
Emilio Prades enz.
Octavio Paz en Efraín Huerta namen
de poëtische toorts van de contemporáneos
over en richtten het tijdschrift Taller
op. Een ander belangrijk schrift uit die tijd was Tierra Nueva, waarin
All Chumacero met zijn kort maar magistraal poëtisch werk debuteerde. Bij
het koor van reeds gevestigde dichters voegden zich in de jaren vijftig en
zestig nieuwe stemmen, waaronder: Rubén Bonifaz Nuño - een zeer
persoonlijke stem - Jaime Sabines, Juan Bañuelos, Marco Antonio Montes
de
Oca, Homero Aridjis en José Emilio Pacheco. Ook de vrouwen
laten zich in de Mexicaanse poëzie niet onbetuigd, Rosario Castellanos,
Carmen Alardín en Enriqueta Ochoa zijn
enkele van de belangrijkste vertegenwoordigsters.
Germain Droogenbroodt
Pausas
II
No canta el grillo. Ritma
la música
de una estrella.
Mide
las pausas luminosas
con su reloj de
arena.
Traza
sus órbitas de oro
en la desolación etérea.
La buena gente piensa
- sin embargo -
que
canta una cajita
de música en la hierba.
++++
De krekel zingt niet. Hij geeft
de muziekmaat aan
van een ster.
Hij meet
de lichtpauzen
met zijn zandloper.
Hij tekent
zijn gouden banen
in de etherische desolatie.
Maar de goegemeente denkt
- hoe dan ook -
dat een muziekdoosje zingt in het gras.
José
Gorostiza – POINT nr 29
++++
Dibujos sobre un puerto
a Roberto Montenegro
1. El alba
El paisaje marino
en pesados colores se dibuja.
Duermen las cosas. Al salir,
el alba
parece sobre el mar una burbuja.
Y la vida es apenas
un milagroso reposar de barcas
en la blanda quietud de
las arenas.
+++
Beschrijvingen van een haven
aan Roberto Montenegro
1. De dageraad
Met donkere kleuren
komt het zeelandschap tot stand.
De dingen dromen. Bij het opkomen lijkt
de dageraad een zeepbel boven
de zee.
En het leven is nauwelijks meer
dan een wonderbaar verpozen van bootjes
op de zachte rust van het zand.
José
Gorostiza – POINT nr 29

"Spinragbloemen – Flores de
telarañas"
Gedichten van Miguel Hernández
Spanje
Tweetalig
Spaans-Nederlands
Vertaling: Germain
Droogenbroodt
Cover: Siegfried Reich an der Stolpe
POINTnr 30, 64p. ISBN: 90-71152-37-5
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )
Hij
kwam met drie wonden, die van het leven, die van de liefde die van
de dood,
schreef
Hernández over zichzelf. inderdaad, de liefde werd
afwezigheid en tijdens zijn leven werd hij
ongenadig door het noodlot vervolgd. En de dood? Hij
stierf aan uitputting, amper eenendertig jaar oud...
Miguel Hernández Gilalbert
werd op 30 oktober 1910 als zoon van een arme geitenboer in Orihuela/Alicante
geboren. Op vijftienjarige leeftijd moet hij de school verlaten om de
kudde geiten van zijn vader te hoeden. Als jongeling begint hij regelmatig
zijn impressies in een cahier neer te schrijven. Zijn barokke verzen zijn
lofzangen op
de natuur en zijn geboortestad, waarin de invloed van Spaanse dichters Bécquer,
Juan Ramon Jiménez en de locale
Gabriel Miró zwaar doorwegen.
Hij realiseert zich evenwel de beperktheid van zijn
culturele bagage. Zonder geld trekt de
eenentwintigjarige eind 1931 met
een schrift gedichten naar Madrid, de Olympus der Spaanse dichtersgoden.
Hij bereikt er niets, maar de confrontatie met de literaire actualiteit
opent zijn ogen. Zeven maand later verschijnt zijn
debuutbundel Perito
en lunas
(maanexpert), een poëtische tour de
force.
Het jaar 1935 is niet alleen voor de ambitieuze dichter
belangrijk, maar ook voor het literair leven in het politiek
roerig Spanje waar de republiek uitgeroepen wordt. Van cruciaal belang
in het leven en in het werk van Hernández is zijn vierde reis naar Madrid
en de daaruit voortvloeiende
vriendschap met de Spaanse dichter Vicente Aleixandre
en met Pablo Neruda die
in hetzelfde jaar het tijdschrift Caballo
verde para la poesía opricht,
waaraan Hernández meewerkt. Het poëtisch en
ideologisch gedachtegoed van beide dichters wordt voor Hernández
een keerpunt en breuk met de periode van Orihuela.
Met
EI rayo
que
no cesa (De
bliksem die niet wijkt), bevestigt hij zich als volwassen en belangrijk
dichter. Maar wat Hernández het
meest zal bewegen is het plotselinge sterven van zijn jeugdvriend en
mentor Sijé. In geen tijd componeert hij voor de overledene een elegie,
waarin hij alle "Hernandiaanse" registers: liefde leven, dood,
natuur emotie religie en retoriek op virtuoze wijze opentrekt. Met deze Elegía voor
Ramón Sijé, die in het prestigieuze Revista de Occidente van
Ortega y Gasset verschijnt, oogst de dichter alom lof en
erkenning.
In 1936 breekt de burgeroorlog uit. De herder van
weleer voelt zich met het onderdrukte volk verbonden en kiest als
vrijwilliger partij voor het republikeinse leger. Tijdens de oorlog,
waarvan hij de eerste periode in
de loopgrachten doorbrengt, schrijft hij militaristische gedichten die
in het soldatentijdschrift Al Ataque
gepubliceerd
worden die achteraf onder de titel Viento dei
pueblo
(Wind van het volk) verschijnen. Ze
worden evenwel algemeen als een afwijking in het poëtisch oeuvre
van de dichter gezien en zijn in een populaire, communicatieve stijl
geschreven. De bundel bevat echter een aantal prachtige, sociaal geëngageerde
gedichten, waaronder Het ploegkind,
Lied van de echtgenoot-soldaat en
de Olijvenoogsters.
De daaropvolgende bundel El hombre acecha (De
belaagde mens), is reeds door de desillusie om de naderende nederlaag,
lees verloren illusie, getekend. In 1939 heeft Franco de oorlog gewonnen. Hernández
vlucht naar Portugal maar wordt door de
Portugese autoriteiten opgepakt en aan de Spaanse Guardia Civil
uitgeleverd. Begin januari 1940 wordt hij ter dood veroordeeld. Door de druk
van binnen- en buitenlandse intellectuelen wordt zijn straf in dertig
jaar internering omgezet. De levensomstandigheden in de gevangenissen zijn
mensonwaardig. Hernández doet
er een longontsteking op. Zijn
laatste gedichten, die pas vele jaren na zijn dood als Cancionero y
romancero
de
ausencias
gepubliceerd kunnen worden, zijn hoofdzakelijk gedichten van liefde en
ontstentenis. Op 28 maart 1942, op de vooravond van palmzondag, sterft hij
aan ontbering in de gevangenis van Alicante.
Germain
Droogenbroodt
Canción
última
Pintada, no vacía:
pintada está mi casa
del color de las grandes
pasiones y desgracias.
Regresará
del llanto
adonde fue llevada
con su desierta mesa,
con su ruinosa cama.
Florecerán los besos
sobre las almohadas.
Y en torno de los
cuerpos
elevará la sábana
su intensa enredadera
nocturna, perfumada.
El odio se amortigua
detrás de la ventana.
Será la garra suave.
Dejadme
la esperanza.
Miguel Hernández – POINT nr 30
++++
Laatste lied
Geschilderd, niet leeg:
mijn huis is geschilderd
met de
kleur van grote
passies en tegenspoed.
Het zal terugkeren uit het
tranendal
waarheen het werd gevoerd
met zijn verlaten tafel,
met zijn vervallen bed.
De kussen zullen
op de kussens bloeien.
En het laken
zal haar intens geurende,
nachtelijke winde rond
de lichamen wentelen.
De haat
zal achter het raam bedaren.
De klauw zal zachtaardig
worden.
Laat mij de hoop.
Miguel
Hernández – POINT nr 30
+++
Casida del sediento
Arena del desierto
soy: desierto de sed.
Oasis es tu boca
donde no he de beber.
Boca: oasis abierto
a todas las arenas del desierto.
Húmedo punto en medio
de un mundo abrasador,
el de tu cuerpo,
el tuyo,
que nunca es de los dos.
Cuerpo:
pozo cerrado
a quien la sed y el sol han calcinado.
Cárcel de
Ocaña, Mayo 1941
Miguel Hernández – POINT nr 30
+++
Kasida
van de dorstige
Ik ben het zand van de
woestijn:
een woestijn van dorst.
Je mond is een oase,
waaraan ik mij niet laven mag.
Mond:
oase, open
voor al het zand van de woestijn.
Vochtig oord temidden
van een verzengende
wereld,
die van je lichaam, jouw lichaam,
dat nooit ons beiden toebehoort.
Lichaam: bron,
die dorst en zon hebben verkalkt.
Gevangenis van Ocaña, mei 1941
Miguel Hernández – POINT nr 30

"Ritme"
Gedichten
van Daniël Franck
Cover:
Lebuïn D’Haese
POINTnr 31, 56p. ISBN: 90-71152-38-3
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )
Beroemde laatste woorden
En
had ik nog één woord over,
het
was een meeuw te zijn,
in het kielzog van zwetende matrozen
gevaarlijk dicht over de schroef te zweven
en krijsend te klapwieken
over een zee die ik de mijne noemen zou.
Of de zoomlens
in het fototoestel van de pornofotograaf.
Of jou te zijn,
in jou de dag door te komen
en door jouw ogen te zien
wat ik niet zien kan.
Daniël Franck – POINT nr
31

"Niet afkoopbaar met goud –
Nicht aufzuwiegen mit gold"
Gedichten van Reiner Kunze
Duitsland
Tweetalig
Duits-Nederlands
Vertaling:
Germain Droogenbroodt
Cover: HAP Grieshaber
POINTnr 32, 56p. ISBN: 90-71152-39-1
Prijs: 7,30 € (incl. port: 8,50 € )
De poëzie van Reiner Kunze,
ondertussen in meer dan dertig
talen vertaald, is in ons taalgebied vrijwel onbekend. Deze ex-DDR dichter
behoorde, samen met Peter Hucheltot de onverbiddelijkste critici
van 'Het Systeem'. Beide dichters kregen indertijd publicatieverbod.
Huchel werd uit zijn ambt, hoofdredacteur van 'Sinn und
Form', ontzet en Kunze werd van docent filosofie tot
fabrieksarbeider gedegradeerd. In 1977 emigreerde hij naar het andere
Duitsland.
Reiner Kunze werd in 1933 in
Oelsnitz geboren en studeerde filosofie en journalistiek. Zijn eerste
publicaties, uitgegeven in de DDR, zijn volgens eigen zeggen 'producten
van iemand die poëtisch, filosofisch en ideologisch misleid was'. De
eerste bundel waarmee hij zich als (systeemkritisch) dichter profileert
heet 'Sensible
Wege' en draagt de niet mis te verstane ondertitel 'Alles is
retoucheerbaar, alleen het negatief niet in ons'. De publicatie van deze
ironische, ja, soms sarcastische bundel wordt uiteraard door de
uitgeverij van het Volks) E(eigener) B(etrieb) zoals de Arbeiter- und Bauernstaat haar
monopoliebedrijven noemde geweigerd. Wie Het Systeem niet naar de mond
schreef werd monddood gemaakt of zoals Kunze het formuleerde: 'Wie zich niet naar de driekwartsmaat schikt kan/onder de wielen
terechtkomen'. 'Sensible Wege' werd
in 1969 in de Bondsrepubliek gepubliceerd.
In een land waar kranten meer
schrappen dan schrijven, waar communicatie, contact met lezers, met andere
schrijvers uit 'vrije' landen zoveel mogelijk bemoeilijkt wordt, is een
brief 'een twee millimeter
opening in de deur van de wereld'. In
tegenstelling tot de beknoptheid van de gedichten zijn de titels - soms de
sleutel van het gedicht - nogal eens lang: hij stopt er de niet poëtische
informatie in. Kunne is ongetwijfeld de woordgierigste Duitstalige dichter,
wat niet wil zeggen dat hij minder hard aan zijn poëzie werkt,
integendeel.
'Zimmerlautstärke'
verschijnt. Het leven wordt hem onmogelijk gemaakt. In 1977 gaat hij 'in
exil' naar het andere Duitsland. De aldaar zeer populaire dichter laat
zich echter in het 'vrije' Duitsland evenmin manipuleren. Ook dit is mijn land/ik vind
de lichtschakelaar wel/in het donker;
schrijft hij. Kunze is ook met Westmarken niet om te kopen. Hij zwijgt,
tot
ergernis
van de nieuwsmelkers. Pas vier jaar later publiceert hij zijn eerste in
het Westen geschreven bundel 'Auf eigene
hoffnung.’ Als 's lands almachtige
recensent op “productie” aandringt vermaant hij hem in
het sublieme gedicht 'Apfel für M.R.-R.'
:
de hoogste tijd (om te publiceren)
komt van binnen/de hoogste tijd is het/als de pitten mooi zwart zijn/en
dat weet het allereerst/de boom. De artistieke eerlijkheid en argwaan
voor het mediabedrijf wordt hem door de heren critici evenwel niet in dank
afgenomen want: wat ze willen is niet je vlucht, ze willen/de pluimen...
De titel van de laatstverschenen
bundel dekt alweer de lading: 'Eines jeden einziges leben'.
Anders,
minder hermetisch dan Peter Huchel, heeft Kunne met zijn heldere,
beeldrijke poëzie ook een stuk DDR-geschiedenis geschreven. Ondertussen
is het communistisch
systeem
verdwenen, maar in de wachtkamer van de toekomst doen nieuwe leiders en
misleiders hun opwachting. Gedichten zoals die van Peter Huchel en Reiner
Kunne waren en blijven actueel.
Germain Droogenbroodt
Bittgedanke, dir zu füssen
Stirb früher als ich, um ein weniges
früher
Damit nicht du
den weg zum haus
allein zurückgehn mußt
++++
Smeekgedachte, voor jou
neergeknield
Sterf vroeger dan ik, een heel klein beetje
vroeger
Opdat niet jij
de weg naar huis
alleen terug moet gaan
Reiner Kunze – POINT nr 32
++++
O ist
die marke schön: der wolf und
die sieben geißlein und
seine pfote ist
ganz weiß. ..Wer
hat den brief geschrieben?
Vielleicht
die sieben geißlein, vielleicht
der wolf
...
der wolf ist tot!
Im märchen,
tochter, nur
im märchen
+++
O wat
is die postzegel mooi: de
wolf en
de zeven geitjes en
zijn poot is
helemaal wit... Wie
heeft de brief geschreven?
Misschien
de zeven geitjes,
misschien
de wolf
...de wolf is dood!
In het sprookje, dochter, alleen
in het sprookje
Reiner Kunze – POINT nr 32

"Regenboog
aan de Vltava"
Moderne Tsjechische poëzie
Vertaling:
Jana Beranová
Cover: Jiri Kolár
POINTnr 33, 46p. ISBN: 90-71152-42-1
Prijs: 8,70 € (incl. port: 10 € )
“Poëzie
was met ons vanaf alle begin” schreef de Nobelprijswinnaar voor
literatuur, Jaroslav
Seifert,
in de donkere jaren zeventig waarin de
meeste schrijvers hun toevlucht moesten nemen tot zelfgemaakte samizdat-uitgaven.
Die periode was weliswaar niet
benijdenswaardig, maar deerde
de creativiteit van de gevestigde auteurs niet wezenlijk.
De officieuze literatuur floreerde lange tijd zowel in
het thuisland als in het Westen, waar het merendeel van de `handwerkjes'
door emigrantenuitgeverijen werd gepubliceerd. Zo vond
ook poëzie haar weg naar de Tsjechische lezer. Door het enthousiasme van diverse schrijvers in het
buitenland werd mettertijd toch het werk van enkele coryfeeën
vertaald, zoals Seifert, Holan, Holub en Skácel..
Met de minder bekende of zelfs
jonge, debuterende dichter maken we in iets bredere kring kennis pas sinds eind jaren
tachtig. Deze bundel is een palet, met
ogenschijnlijk als enig thema: hedendaagse.
Tsjechische poëzie. Toch is er een aantal aspecten dat de
dichters verbindt. Het bij uitstek
beeldende karakter van de poëzie bijvoorbeeld. Bij sommigen merken we zelfs een lichte hang naar het surrealisme dat,
overgewaaid uit Frankrijk, destijds in het Tsjechische poëtisme culmineerde.
Maar door de vaak verrassende metaforen heen blijft toch duidelijk
voelbaar dat het om de gewoonste vragen van leven en
dood gaat, die nauw verbonden zijn met het eigen doen van de mensen
zelf.
Poëzie die de bodem van de mens
aftast. Hier en daar steekt het ware absurdisme de kop op,
beelden die staan in een ruk van een seconde, vol humor. Het is
schommelen tussen de groteske glimlach en een diep gewortelde
geladenheid, met een enkele, langademige schreeuw. Ritme en de
variatie nemen daarbij een zeer eigen plaats in.
Jana Bernanovà
Voordracht
van de meester
Hij sprak
en de hemden van boetelingen
vielen op de grond, bezwangerd.
Het was de keizersnede van de gedachte,
pluchen poppetjes werden geboren,
juichend.
Het was het profiel van
eenieder,
geknipt uit zwart papier.
Lieveheersbeestjes kropen vanonder
onze nagels.
Je kon het bazuingeschal horen bij Jericho
en het gesis van onze genen.
Het was schitterend, zoals hij
sprak.
Ik kan me alleen niet meer
herinneren
waarover.
Miroslav Holub – POINT nr
33

"Luchtgeest"
Gedichten
van Annie Reniers
Cover:
Jean Bilquin
POINTnr 34, 43p. ISBN: 90-71152-43-X
Prijs: 8,70 € (incl. port: 10 € )
het lichte vallen van de blaren
vóór de zon
druppels van aanwezigheid
opgevangen door de wemelende
gloed
van de stroom
het berkenpad wacht op de
genodigde
die het middaguur verbindt met middernacht
en de roep uit de kindertijd
herhaalt
de geur van het water
dieper dan water
doodsgedachte flitst op
en gaat weer liggen
deze warme adem legt alles stil
behalve ons ademen
Annie Reniers – POINT nr 34

"Weerwoord"
(brieven
aan Sylvia Plath)
Gedichten van Helena van Dina
Cover:
Frans Minnaert
POINTnr 35, 48p. ISBN: 90-71152-45-6
Prijs: 8,70 € (incl. port: 10 € )
Openbaring
op dertig
begon met de dood
jouw
openbaar leven
je
brieven je dagboeken
je vrienden alles
werd
te grabbel gegooid
en jij maar lachen
in je vuistje want je
kreeg
toch wat je wou
zie
mij nu jankend
als een hond
zoeken
naar wat tederheid -
zelfs geen spoor
naar
een blije lentetijd
hoe jou liefhebben
hoe jou troosten hoe
jouw lippen kussen
van gekloven klei je ogen
bevroren
meren
wat rest mij
dan jou
weg te schrijven jou
af te schrijven
Helena van Dina – POINT nr 35
|