-->

NIEUWE POINT-REEKS!
Vanaf het nummer 59 wordt de “standaard” POINT-reeks “bijna bibliofiel” uitgegeven in harde kaft. Omdat herdrukken met harde kaft te duur zijn, hebben wij besloten om in een moderne vormgeving, met flap, een nieuwe reeks te publiceren waarin een aantal poëziebundels die eerder met harde kaft werden gepubliceerd maar niet meer voorradig zijn in een  tweede (soms zelfs een derde!) druk te publiceren. In dezelfde reeks brengen we ook enkele uitgaven die niet eerder in de standaardreeks werden gepubliceerd omdat we in de standaardreeks maar één boek per jaar – als abonnement verkrijgbaar - publiceren.

Prijs bundels in harde kaft (tenzij anders vermeld):
Bundels nrs 59-71: € 17.20
Bundels vanaf het nummer 72: € 19.50€ 
Nieuwe reeks, geen harde kaft: € 15.90
Verzendingskosten per bundel (België): + 3€

 

 

De mooiste Japanse haiku’s, deel 2
Gedichten van de belangrijkste haikudichters:

Bashô, Buson, Issa, Shiki en een selectie haiku’s van andere, belangrijke Japanse dichters
Nederlandse vertaling met een groot aantal gedichten in Japanse kalligrafie
Selectie, introductie en herdichting: Germain Droogenbroodt
Cover: werk van Ho Huai-shuo
Illustraties: Leen FM de Vos
POINTnr 74, 160p. ISBN: 9789490347215
In de motregen
aan de hemel lichtgevend
de slingerrozen
Bashô

***

Door de hunkering
van verliefden vertroebeld
het heldere water
Buson

***

Net aangekomen
heft de gans een poot omhoog
diepe meditatie
Issa

***

Een bloesemblad
dat terugkeert naar zijn twijg
een purpervlinder

Moritake

 

 

 

De stem aan de andere kant
La voz del otro lado

 

Moderne Argentijnse poëzie
Tweetalig: Spaans-Nederlands
Vertaling: Germain Droogenbroodt – Jean Schalekamp

POINTnr 73, 178p. ISBN: 9789490347130
Het centrum van de liefde
komt niet altijd overeen
met het centrum van het leven.
Beide centra zoeken zich dus
als twee gekwelde dieren.
Maar ze ontmoeten elkaar bijna nooit,
omdat de sleutel van de overeenstemming een andere is:
samen geboren te worden.
Samen geboren te worden,
zoals alle minnaars samen geboren zouden moeten worden
en samen zouden moeten sterven.

ROBERTO JUARROZ

IN HET HOLST VAN DE NACHT
Ook in het holst van de nacht
smelt de sneeuw
wit weg
en de regen
die valt
verliest zijn transparantie niet.
Het is de nacht
die ons van weerspiegelingen verlost,
die onze pupillen
wijd opent.
Wat de blinde met zijn stok zoekt
is het licht, niet de weg.

HUGO MÚJICA

 

 

Teerspijs Reisezehrung

 

Gedichten van Sarah Kirsch
Moderne Duitse poëzie
Tweetalig: Duits-Nederlands
Vertaling: Germain Droogenbroodt

POINTnr 72, 193p. ISBN: 97894903447055

HET DORP

’s Avonds was de stilte volkomen.
De krekels verstomden in hun gaten
Op de heuvel stond de eik
Zwart voor de lakrode hemel.
Dan kwam ik in het dorp uit het veen.
Ging over glanzend stoppelveld
Ster en sterren schenen helder
In de huizen vlamde het licht op.
Vermorzeld stof op de straat.
Kneuterend onder de voeten
Reikte van deur tot deur een zomertapijt.

VERLOREN

Het bed heeft zich Ver van de wand verplaatst, de beweging
Is groot, binnen twee weken
Staat het op de Piazza Navona of
Wij zeilen mond aan mond door de bergen als
de lakens maar stevig genoeg zijn.


 

Het zout van de taal
O sal da língua

Gedichten van Eugénio de Andrade
Moderne Portugese poëzie
Tweetalig: Portugees-Nederlands
Vertaling: Toon Cappuyns – Germain Droogenbroodt

POINTnr 70, 183p. ISBN: 90-71152-91-X

Eugénio de Andrade werd geboren op 19 januari 1923 in Póvoa da Atalaia en stierf op 13 juni 2005 in Oporto, waar zich ook de Stichting Eugénio de Andrade bevindt. Alhoewel het aldaar heden ten dage niet aan excellente dichters ontbreekt, is hij na Fernando Pessoa wellicht de belangrijkste moderne Portugese dichter. Vanaf 1945 publiceerde hij een dertigtal poëziebundels. Zijn werk, dat in meerdere talen werd vertaald, werd ook meermaals bekroond, ondermeer met de Luis de Camoesprijs, de belangrijkste literaire prijs van zijn land.

Het poëtisch oeuvre van de Andrade behoort tot de generatie van ná het modernisme dat in Portugal een grote bloei kende, het is werk is een van de meest persoonlijke en kritische stemmen van de tweede helft van de twintigste eeuw. Ondermeer met Mario Cesariny, Antonio Ramos Rosa en Sophia de Mello Breyner Andresen biedt die generatie een ethische, mooi gecomponeerde poëzie die zich ook voor het alledaagse interesseert. Met de jaren is zijn poëzie bondiger geworden, ook exacter, meer elegisch en serener, maar hij is steeds een aantal onderwerpen trouw gebleven: de natuur en haar relatie met de mens, de kinderjaren, de moeder, de muziek, het verlangen, de kleine genoegens van het leven en uiteraard de poëzie zelf. Natuurlijkheid, gestrengheid en verfijning vormen de polsslag van zijn poëzie. Een heldere, natuurlijke stem, niet alleen door de aanwezige natuurelementen maar ook door de natuurlijke ritmische cadans van zijn verzen die nooit geforceerd aandoet.

In een tijd van schreeuwerige leegheid en banaliteit is deze poëzie een waardige en wijze bijdrage, de lucide les van een groot dichter: een zacht gefluister in het oor, dat met de kern, het wezen van de dingen verbonden is.

Laatste lied
Aanhoor mij
als je nog kan, rivier van kristal,
ochtendvogel. Aanhoor mij
lichtgevend garen geweven door de sneeuw,
schuwe en steeds uitgestelde
wenk van het paradijs.
Aanhoor mij, als je nog kan,
verwoestend verlangen,
voskleurig dier van de vreugde.
Als je geen hallucinatie of een luchtspiegeling
of een droombeeld bent, aanhoor mij
nogmaals: kom nu
en niet in het uur van onze dood
– laaf mij met mijn eigen dorst.

***

We zijn groene bladeren waarin vogels
slapen van schaduw en eenzaamheid.
We zijn slechts bladeren en hun geruis.
Onzeker, niet in staat om bloem te zijn,
tot de bries ons beroert en doet trillen.
Waardoor bij elk van onze bewegingen
iedere vogel een ander wezen wordt.
Eugénio de Andrade


Uit: “Het zout van de taal – O sal da língua”

 

"ROMIOSINI en andere gedichten"

Gedichten van Yannis Ritsos
Moderne Griekse poëzie
Tweetalig: Grieks-Nederlands
Vertaling: Guido Demoen

POINTnr 69, 175p. ISBN: 90-71152-90-1
Niet meer voorradig

Yannis Ritsos, werd geboren op 1 mei in 1909, in Monemvasià, jongste van vier. In 1917 schrijft hij zijn eerste verzen, schildert en musiceert. Hij krijgteen eerste aanval van tbc. In 1922 «de catastrofe»: een half miljoen Grieken wordt verdreven uit W.Kl.Azië: vader geruïneerd, gezin ontredderd. In 1925 gaat hij naar Athene, studeert talen, werkt, dicht. De tbc bezorgt hem een doodsobsessie, de redding: poëzie, levensdoel: «mijn volk helpen» = sociaal-revolutionair ideaal, behoudt dit levenslang; begint gedichten te publiceren. In 1933 wordt hij artistiek verantwoordelijke bij een linkse politieke beweging en werkt als lector en corrector; voorziet eerste dichtbundel

Van 1940 tot 1944 duurt de oorlog en de bezetting. Hij sympathiseert met het Verzet: wordt gezocht, leeft ondergedoken bij wisselende vrienden. In 1945 sluit hij zich aan bij E.L.A.S., het Grieks Volks Bevrijdings – Leger. In 1948 wordt hij opgepakt en tot 1952 gedeporteerd: Lemnos, Makronissos. In 1952 terug te Athene waar hij werkt als journalist voor «De Dageraad». In 1956 reist hij naar Moskou als lid Centraal Buro Gr. Komm.

Partij en ontvangt de Griekse Nationale Prijs Poëzie. In 1960 wordt zijn cyclus «Epitafios» op muziek gezet door Theodorakis. Ritsos wordt steeds meer geliefd door ‘het volk'; begin talloze toespraken en poëzielezingen zijn «Romiosini» wordt op muziek gezet door Theodorakis. Van tot 1967-1973: rechtse staatsgreep = ‘het kolonelsregime': Ritsos wordt opgepakt en gedeporteerd naar de gevangeniseilanden Gyaros en Leros, daarna huisarrest op Samos. In 1970 schrijft de «18 liedjes», op vraag van Theodorakis die ze componeert. Het werk van Ritsos werd met talloze internationale poëzieprijzen bekroond en in vele talen vertaald en gepubliceerd. In 1989 verschijnt zijn laatste dichtbundel, de 109de: «Momentopnamen». Hij overlijdt in 1990 op 10 november te Athene

Guido Demoen.

Vooravondlied

De kippen pikten nog op straat. De oude
kapiteinsvrouw
zat op de drempel met haar kleinste kleinkind
geborgen tussen haar knieën.
Een jongen sleurde met een mand. De huizen
slordig naast elkaar bij avondval; hun
oude koffers,
ijzeren bedden, tafels, prenten. Een
grammofoon
kraste vermoeid uit een gesloten kamer. En lakens
ontvouwden met vierkant omhaal hun klein verhaal.
De zee was niet te horen.
Een grote, ongeziene hand verhief de stoelen
twee handbreed boven de aarde. Hoe zou de mens
kunnen leven
zonder poëzie?

**************

Dagelijkse voorvallen

Ze zei hem: «Neem de sleutel mee - en als je
thuiskomt, eender wanneer,
doe open en kom binnen. Je vindt me hier.» Vele jaren
gingen voorbij. Toen hij opendeed:
het eerste wat hij aankeek, in de spiegel aan de kleerkast,
daar, vlak voor de voordeur,
was hij zélf, merkbaar verouderd, met z'n grauwe plunjezak.
Zodus ook hier
alleen híj zélf aan het wachten op zichzelf? Daarnaast,
aan de muur,
met een punaise vastgeprikt, een blaadje: «Wacht op mij.
Ben voor een tijdje in de tuin.»
Hij nam z'n pet,
stak het briefje in z'n zak
en ging weer weg.
De duimspijker bleef achter aan de wand, hij glinsterde
als een insect,
versloten in zijn eigen leven, op een gouden,
warme middag.

Yannis Ritsos

Uit: “ROMIOSINI en andere gedichten”

 

In nevelen van stilte

Gedichten van Gennadi Ajgi
Moderne Russische poëzie
Tweetalig: Arabisch-Nederlands
Selectie: Germain Droogenbroodt
Vertaling: Lut Seys

POINTnr 68, 149p. ISBN: 90-71152-89-8
Niet meer voorradig

Gennadi Ajgi werd geboren op 21 augustus 1934 in het dorpje Sjajmoerzjino in de Tsjoewasjische republiek, aan de Wolga, 400 km ten oosten van Moskou. Hij studeerde aan het Gorki instituut van Literatuur en werkte in het Majakowski museum in Moskou. Zijn eerste gedicht publiceerde hij in 1949 in het Tsjoewasjisch. Pas in 1960 begon hij, op aanraden van zijn vriend Boris Pasternak, in het Russisch te schrijven. Zijn gedichten verschenen in verschillende talen en werden meermaals bekroond. Hij wordt ook regelmatig op internationale poëziefestivals geïnviteerd. Zo was hij ook te gast op Poetry International in Rotterdam.

Ajgi vertaalt ook poëzie uit het Frans in het Tsjoewasjisch en in het Russisch. Wat zijn poëzie betreft is hij een minimalist en breekt resoluut met de Russische traditie. Hij maakt nieuwe woorden, die hij vormt met samen-voegingen van tegenstellingen, zoals stilte-kreet, schaduw-uitstraling, vreemd-knus, sacraal-volks, rustgevend-onrust. Ieder woord is een impressie, een “rivier van stemmingen”, een “eiland van parels”.

Steeds terugkerend zijn de natuurelementen: de nevelen, de sneeuw, de bomen, het veld, een open plaats in het bos. Maar ook de stilte en het licht zijn essentieel. De poëzie van Ajgi lijkt bij de eerste kennismaking niet eenvoudig. Hij speelt met het werkwoord. Hij is kwistig met deelwoorden en de in het Russisch zo geliefde gerundium. Vaak laat hij het werkwoord vallen en geeft hij een opsomming van woorden. Toch is zijn poëzie niet hermetisch. Kernpunten worden cursief of met spaties weergegeven. Woorden worden herhaald. Daarbij geeft Ajgi de lezer het middel om in te breken in de uiterlijke geslotenheid. De lezer zal zelf de werkwoorden bedenken die Ajgi door leestekens heeft vervangen. De lezer zal de met puntjes gesuggereerde verzen zelf invullen. Steeds opnieuw. Tot alle onzichtbaarheden zichtbaar en alle onduidelijkheden duidelijk zijn geworden. Het woord is bij Ajgi méér dan woord. Het woord is beeld. Het woord is muziek


Lut Seys.
Rivier buiten het dorp

en lijkend op een spinnenweb
als stof uit de bodem als op de zolder
opgaand in het veld
en zijde en spinnenweb
worden er door aangetrokken
laten zich meeslepen
en verschijnen als buren net als
schaduw en stof
en lijkend op een spinnenweb
zoals zijde in vervoering niet van hier lijkt te zijn
en het verband met de wolken
uit donzig-wankel gras
de ogen misleidend
met een blos op het gezicht.

1964
Gennadi Ajgi

Uit: “In nevelen van stilte”

 

 

Minder rozen en andere gedichten

Gedichten van Mahmoed Darwisj
Moderne Palestijnse poëzie
Tweetalig: Arabisch-Nederlands
Herdichting: Germain Droogenbroodt

POINTnr 67, 156p. ISBN: 90-71152-88-X
Tweede druk zie nieuwe POINT-reeks

Mahmud Darwisj is in 1942 in al-Birwa, een dorpje in Galilea uit een christelijke familie geboren. In 1948 is zijn familie naar Beiroet uitgeweken. Met zijn tweede bundel “Vogels zonder vleugels” werd hij ook in het buitenland bekend als dichter van het Palestijnse verzet. Zoals in “Minder rozen”, zijn populairste bundel, die ondermeer in de publicatie van POINT is opgenomen, blijft de Odyssee van het Palestijnse volk als een rode draad doorheen zijn poëtisch werk lopen. Darwisj werd meermaals gevangen genomen. Na in diverse landen tijdelijk te hebben verbleven leeft hij nu in Ramallah, waar hij het tijdschrift al-Karmel publiceert. Darwisj, ongetwijfeld de bekendste Palestijnse dichter is eveneens een van de belangrijkste hedendaagse Arabische dichters. Zijn werk werd in talloze talen vertaald en gepubliceerd. De uitgave van POINT is de eerste in het Nederlandse taalgebied .

Op deze aarde

Op deze aarde is er iets dat verdient om geleefd te worden: de ongewisheid van april,
de geur van brood bij zonsopgang, de opinies over de mannen van een vrouw, de geschriften van Aeschylus, het ontkiemen van de liefde, het gras op de stenen, moeders die op een zachte fluittoon staan en de angst, die de herinneringen in de veroveraars opwekken.
Op deze aarde is er iets dat verdient om geleefd te worden: het einde van september, een dame die met al haar weelderigheid de veertig overschrijdt, het uur zon in de kerker, wolken die een groep mensen imiteren, de bijval van een volk dat hen begeleidt, die de dood lachend tegemoet gaan, en de angst van de tiran voor de gezangen.
Op deze aarde is er iets dat verdient om geleefd te worden: op deze aarde bevindt zich de heerseres van de aarde, de moeder van het begin en van het einde. Ze heette Palestina. Ze blijft zich Palestina noemen. Mijn heerseres: ik verdien dat je mijn heerseres bent, ik verdien te leven.

Mahmoed Darwisj
Uit: “Minder rozen en andere gedichten”

 

Tegenlicht - Contraluz

Gedichten van Germain Droogenbroodt
Tweetalig: Nederlands-Spaans
Inleiding: Rafael Carcelén García
Omslag en illustraties: Satish Gupta

POINTnr 66, 205p. ISBN: 90-71152-87-1
Tweede druk, zie nieuwe POINT-reeks

Germain Droogenbroodt voltooide de bundel “de Weg” , een poëtische brug tussen Oost en West in 1998 in India. De eerder filosofische, soms mystieke verzen fascineerden zowel lezers in het Westen als in het Oosten. Het boek werd reeds in zestien talen en in twintig landen gepubliceerd, waaronder het Arabisch, het Hindi en Chinees, waar “de Weg” weer zijn oorspronkelijke titel kreeg, namelijk: TAO.

Tijdens de daaropvolgende vier jaar schreef de Vlaams-Spaanse dichter slechts 19 uiterst korte gedichten, de cyclus: “Amanece el cantor” (De zanger ontwaakt), een hommage aan de door hem vertaalde en zeer gewaardeerde overleden Spaanse dichter José Ángel Valente, cyclus die net als “Gesprek met de overkant” een hommage aan Hans Faverey, waarmee hij in Vlaanderen laureaat van de P.G. Nuckinxprijs werd, in het boek opgenomen is.

Germain Droogenbroodt verbleef in 2003 enkele weken in Ronda, Zuid Spanje waar Rilke ondermeer zijn Spanische Trilogie schreef. Dat de nieuwe gedichten anders zouden worden dan de Weg lag voor de hand, toch houdt “Tegenlicht” enigszins dezelfde filosofische lijn aan. Zoals “de Weg” bevat ook deze cyclus een aantal kritische gedichten die naar de actualiteit verwijzen. Gaandeweg wordt evenwel duidelijk dat de titel van de reeks niet naar de fotografie verwijst, maar naar een ander dan het artificiële licht van de media en de consumptiemaatschappij dat geen verlichting brengt, maar verblindt. Maar al is de toonaard meestal in mineur, er is nog het licht van de hoop want zoals het laatste vers luidt: “er is nog stem”.

Zoals in de gedichten die vóór “de Weg” verschenen duiken in deze cyclus weer natuurbeelden op die evenwel onderdeel zijn van een geheel en in relatie staan met de dingen, met het bestaan of het “zijn” van de mens, niet alleen als tijdelijk bewoner van deze planeet, maar ook als onderdeel van een kosmos waarvan hij de geheimen nog lang niet ontsluierd heeft. Rafael Carcelén García



Traag
zoals een gedicht zichzelf schrijft
ontstaat de dageraad
uit het niets
ontdoet zich van de stilte
en brengt licht
alom duikt op het groen
teerspijs voor de zon
die van de aarde
geen ander duister neemt
dan de nacht.

***

Volg van de nacht niet de sterren
maar stroomopwaarts de duisternis
die aards en tastbaar is
spaar de aalmoes niet
deel met de nachtnomaden
het brood en de wijn
werp rozen in de dageraad.

Germain Droogenbroodt

Uit: “Tegenlicht - Contraluz “

 

 

De schreden van het water

Gedichten van Sohrab Sepehri
Moderne mystieke Perzische poëzie
Vertaling: Massoud Hajizadeh – Germain Droogenbroodt
Inleiding: Dr. Saeed Hooshangi
Omslag: werk van de Taiwanese schilder Ho Huai-shuo

POINTnr 65, 141p. ISBN: 90-71152-86-3
Het oude Perzië is niet alleen de wieg van grote culturen geweest maar ook van wereldvermaarde dichters waaronder Omar Chajjam, Sadi, Hafiz, Roemi, waarmee we evenwel niet verder komen dan de 14de eeuw. In de daaropvolgende eeuwen hebben de Perzische dichters het hoge niveau van hun illustere voorgangers niet kunnen bereiken, maar sinds het ontstaan van de moderne poëzie telt Perzië, nu Iran, weer enkele dichters die niet moeten onderdoen voor hun beroemdste Westerse collega's. De geëngageerde dichter Ahmad Shamlu die meermaals in de gevangenis terechtkwam schreef prangende geëngageerde poëzie, Forugh Farrokhzad, een revolutionaire vrouw liet prachtige liefdesgedichten na, terwijl Sohrab Sepehri de mystieke toer opging en daarmee hij het dichtst aansluit bij zijn vermaarde voorgangers. Zijn belangrijkste gedicht, waarmee hij in Iran alom bekendheid verwierf is ongetwijfeld het 23 pagina lange gedicht “De schreden van het water”, dat samen met andere gedichten integraal bij POINT Editions verscheen, tweetalig, Perzisch-Nederlands.

Sohrab Sepehri werd 1928 in Kashan, Iran, geboren en studeerde schilderkunst. Na zijn studies was hij enige tijd in dienst van de staat maar gaf in 1964 zijn betrekking op om zich uitsluitend aan de poëzie en de schilderkunst te wijden. Sepehri reisde veel en verbleef ook enige tijd in de Verenigde Staden en in Parijs. In 1979 werd vastgesteld dat hij kanker had. Zijn reis naar Engeland voor behandeling was tevergeefs. Hij stierf een jaar later in Teheran en werd in Kashan, zijn geliefde geboortestad, begraven.


Germain Droogenbroodt
En nu de val van de kleur
Zoals het mysterie van de geboorte,
begeleidden tussen de wimpers de seconden het jaar.
In de hoge, vochtige ontmoeting
ontstond geleidelijk aan
een heilig licht.
De gebeurtenis ontspon zich uit de materie van de angst.
Een van steen gemaakte angst
drong binnen.
In de ruwheid van de koele wind
klonk uit een keel gefluister,
verlangen naar een vriend
die zich alleen in een vreemd oord bevond.
Onschuldige, voorbijgaande ervaringen,
vanaf het begin van de regentijd
tot aan het einde van de herfst.
Toen het ophield te regenen
was het landschap met afgevallen bladeren bedekt.
Ademloos de vochtige, uitgestrekte vlakte,
in onze verbaasde monden nog
de verdwenen regenboog.

Sohrab Sepehri

Uit: “De schreden van het water”

 

De mooiste japanse haiku’s

Gedichten van Bashô, Issa, Buson en Schiki
Haiku’s van de 4 belangrijkste Japanse haikumeesters
Gedeeltelijk met geromaniseerde Japanse versies
Herdichting en inleiding: Germain Droogenbroodt
Omslag: werk van Ho Hua-Shuo
Pentekeningen: Leen DeVos

POINTnr 64, 154p. ISBN 90-71152-83-9

Voor de meeste poëzielezers zullen haiku's niet onbekend zijn. Dat rijmloze minigedicht, dat uit 3 regels van achtereenvolgens 5-7-5 lettergrepen bestaat is in Japan, waar het oorspronkelijk vandaan komt, zeer populair. Omdat bij de meeste Westerse haiku's dat bijzondere, geraffineerde Oosters parfum ontbreekt kozen wij de beste gedichten van de vier Japanse grootmeesters in het genre. Belangrijk is dat het hier om een geheel nieuwe poëtische versie van de gedichten gaat. Bashô gaf zijn volgelingen volgende raad: zoek de weg niet van de ouderen, maar zoek wat zij hebben gezocht . Dat hebben wij wat de vertaling betreft ook gedaan.

De kortgedichten zijn meestal suggestieve impressies, die door de dichter niet worden toegelicht. De natuur speelt de hoofdrol en de woordkeuze duidt meestal aan in welk seizoen het gebeuren zich afspeelt. Als voorbeeld een gedicht van Buson, waar het duidelijk om een gebeuren in de lente gaat: Je gaat nu weg, ach,/en de wilgen zijn zo groen/de weg is zo ver...


Germain Droogenbroodt
Een kikker
die plots in de oude vijver duikt
geluid van water

Bashô

*

Een witte chrysant
in volle pracht, heel even
twijfelt de snoeischaar

Buson

*

Eerst strijkt het zijn snor
en begint dan te sjirpen
het krekelmannetje

Issa

*

Niet te ontwarren
tussen de bloembladeren
de vogelvleugels

Shiki

Herdichting: Germain Droogenbroodt

Uit: “De mooiste Japanse haiku's”

 

 

"De versteende slaper (Kameni Spavac)

Gedichten van Mak Dizdar
de belangrijkste Bosnische dichter
Vertaling en inleiding: Robert Stallaerts
Omslag: werk van de Bosnische beeldhouwer Irfan Hozic

POINTnr 63, 160p. ISBN: 90-71152-81-2

De auteur Mehmedalija Mak Dizdar werd op 17 oktober 1917 te Stolac in de ex-Joegoslavische republiek Bosnië-Herzegovina geboren en overleed in Sarajevo in 1971. De dichtbundel ‘Kameni Spava„’ verscheen voor het eerst in 1966 en werd door critici als het culminatiepunt van zijn oeuvre beschouwd.

Vlak bij Stolac bevindt zich het middeleeuwse grafveld Radimlja waar graftomben versierd met raadselachtige figuren en symbolen ook nu nog getuigen van de middeleeuwse Bosnische cultuur. De schrijver werd erdoor gefascineerd en wijdde zijn leven aan de studie van die voorstellingen en het verzamelen van inscripties. De slaper in de graftombe gaat terug op de legende dat onder de oude Bosnische grafstenen goede mensen (de Rechtvaardigen) rusten, die vielen in de strijd tegen het kwaad van hun tijd.

In zijn vroeger werk sloot Dizdar aan bij de sociaal-realistische stroming in het vooroorlogse Joegoslavië. Ook zocht hij aansluiting bij de middeleeuwse liefdeslyriek en legenden. Vervolgens gebruikte hij een symbolisch uitgewerkt systeem om het existentialistisch gevoel van de tragiek van het bestaan uit te drukken. Later ging hij over op een vrijere versvorm, daarbij surrealistische effecten en woordspel niet schuwend. Zo kwam hij in “De versteende slaper” tot een persoonlijke moderne poëzie die thematisch verbonden bleef met de mythologische thema’s van zijn Bosnië. In de ontwikkeling van de Bosnische poëzie nam hij een vrij autonome plaats in net als Ivo Andric in het proza. Dit - het belangrijkste - werk van Dizdar werd in meerdere talen vertaald en gepubliceerd.


Robert Stallaerts
Bericht over een land

“Het was een deel van Illyrië
dat nu Bosnië wordt genoemd
Een barbaars land maar rijk aan zilvererts
Lange uren van ploegen legden geen uitgestrekte
velden braak, noch weilanden die overvloedige
oogst leveren. Enkel grijze bergen barre naakte steen
en hoge torens tronend op de steile rotsen”

Ianus Pannonius. Elegieën (VI)

Uitdagend stelt iemand de vraag
Wie wat waar is vergeef me
Hoe is
Dat Bosnië
Zeg me
En prompt volgt het antwoord
Er was vergeef me een land
Bosnië
En arm en kaal
En koud en kil
En daarbij nog
Vergeef me
Trots
En vol van dromen

Mak Dizdar

Uit: “De versteende slaper”

 

Het poëtisch gelaat van de Balearen
(La cara poètica de les Balears)

Moderne poëzie van de Balearen
Tweetalig: Catalaans-Nederlands
Samenstelling: Pere Rosselló Bover
Vertaling: Bob de Nijs
Cover: werk van de Catalaanse beeldhouwer J.M. Subirachs

POINTnr 62, 239p. ISBN: 90-71152-79-0

Jaarlijks trekken er miljoenen toeristen naar de Balearen, op zoek naar zon en zee. Maar wat hebben die door de Middellandse zee van het vasteland afgescheiden eilanden voor cultuur? Wordt daar ook poëzie geschreven? Ja, er werd en er wordt daar ook poëzie geschreven. Soms ondergronds, zoals dat tijdens de langjarige Franco-dictatuur moest, toen publicatie in de eigen taal verboden was.

Professor Rosselló Bover, groot kenner van de poëzie van de Balearen en van de Catalaanse poëzie, heeft voor POINT niet alleen een interessante keuze gemaakt uit het werk van 20 dichters, maar schreef ook, samen met de vertaler, een zeer verhelderende inleiding die de lezer niet alleen over de poëzie informeert, maar ook over de politieke achtergronden.

Dank zij een royale steun van het Ministerie van Cultuur van de Balearen is dit een uitzonderlijk lijvig boek, een bijzonder complete anthologie geworden die evenwel aan de normale prijs aangeboden wordt, zoals in de nieuwe POINT reeks nu, in hard cover.

Ik zal er weinig woorden…

Ik zal er weinig woorden aan vuil maken:
ik was tien jaar — dat was toen de tijd
van de slow fox, lange rokken,
en de zondagen die blonken van de brillantine.
Thuis, ik bedoel op de akker
(als je tenminste die halve voorschoot akker kunt noemen,
waarop mijn vader —de kolonel— kruidnagel
en hartzeer plantte), hing er een schaduw
die bestond uit alle soorten van blauw van de wind
van negentienhonderd dertig en zoveel.
Ik voelde toen om mijn mond al een vleugje verliefdheid.
De uren werden geslagen. Tegen valavond
plukte mijn vader chrysanten. Dagen en wolken.
In de tuin stond een waterreservoir
waarin de dood zich nauwelijks spiegelde.

Josep M. Llompart

Uit: “Het poëtisch gelaat van de Balearen”

 

Een dichter vergeet niet
Poeta pamieta

Gedichten Czeslaw Milosz, Laureaat Nobelprijs
Moderne Poolse poëzie
Tweetalig: Pools-Nederlands
Vertaling en inleiding: Kris Van Heuckelom
Cover: werk van de Poolse schilder Jan Lebenstein

POINTnr 61, 163p. ISBN: 90-71152-77-4
Tweede druk, zie nieuwe POINT-reeks

De dichter en essayist Czeslaw Milosz is zonder twijfel één van de grote namen van de twintigste-eeuwse Poolse literatuur. Een maatstaf voor het internationale belang van zijn werk is de Nobelprijs die hij in 1980 voor zijn poëzie in ontvangst mocht nemen. De onderscheiding werd hem toegekend voor “de compromisloze scherpte waarmee hij uitdrukking geeft aan de bedreigingen waaraan de mens blootstaat in een wereld vol gewelddadige conflicten”.

Milosz’ levensloop is tot op zekere hoogte exemplarisch voor wat er zich de voorbije honderd jaar ten oosten van Oder en Neisse aan rampspoed heeft voorgedaan. Hij werd in 1911 als kind van Poolssprekende ouders geboren op het Litouwse platteland, maar bracht zijn kinderjaren door in Rusland. Later maakte hij in de Poolse hoofdstad Warschau WO II mee en was hij getuige van de communistische machtsovername in het door de Sovjets bevrijde Polen. Uit onvrede met het politieke bewind in de Poolse Volksrepubliek koos hij begin 1951 voor het onzekere bestaan van emigrant. Na een verblijf van tien jaar in Frankrijk trok hij naar Californië, waar hij tot professor Slavische literatuur benoemd werd aan de universiteit van Berkeley. Pas in de jaren ’90 kwam er – na de politieke transformatie in Centraal- en Oost-Europa – een einde aan zijn Amerikaanse “ballingschap”

Miłosz’ poëzie is door en door gespleten en laveert voortdurend tussen een euforische lofzang op het bestaan en een schreeuwerig protest tegen de zinloosheid ervan. Zelf durft de dichter zijn werk daarom wel eens omschrijven als “extatisch pessimisme”. Evenzeer karakteristiek voor Milosz’ dichterschap is het feit dat hij voortdurend de beperkingen van zijn eigen blik en visie tracht te overschrijden, door in de huid van anderen te kruipen en de meest uiteenlopende gezichtspunten in te nemen. Veel van zijn gedichten hebben dan ook een sterk dialogisch of veelstemmig karakter. Omdat Milosz het dichterlijke metier perfect beheerst en vaak teruggrijpt naar traditionele dichtvormen, wordt hij wel eens een klassiek dichter genoemd. Tegelijk is zijn poëzie echter een zoektocht naar iets nieuws: een “ruime vorm” die het midden houdt tussen proza en poëzie en die diepzinnige filosofische en morele beschouwingen koppelt aan een sensualistische beschrijving van de werkelijkheid.

Enkel dit

Een dal en erboven bossen in de kleuren van de herfst.
Een zwerver komt aan, de kaart heeft hem hier gebracht,
Of misschien de herinnering. Eens, lang geleden, in de zon,
Toen de eerste sneeuw viel en hij hier reed,
Ervoer hij vreugde, krachtig, zonder reden,
Vreugde van de ogen. Alles was ritme
Van voorbijschuivende bomen, van een vogel in de vlucht,
Van een trein op een viaduct, een feest van beweging.
Na jaren keert hij terug, hij verlangt niets.
Hij wil slechts één kostbaar ding:
Zuiver kijken zonder naam,
Zonder verwachtingen, angsten en hoop,
Op de grens waar het ik en het niet-ik eindigt.

1985

Czeslaw Milosz

Uit: “Een dichter vergeet niet”

 

 

Kwetsbaar door schoonheid in het oog
Verwundbar durch Schönheit im Aug

Moderne Oostenrijkse poëzie
Tweetalig: Duits-Nederlands
Vertaling: Germain Droogenbroodt

POINTnr 60, 160p. ISBN: 90-71152-76-6

Het kleine Oostenrijk kan op een aantal dichters met wereldfaam bogen. De bekendste zijn ongetwijfeld Ingeborg Bachmann en Paul Celan, maar ook H.C. Artmann, Christine Busta, Erich Fried, Ernst Jandl, Friederike Mayröcker zijn bij insiders bekend. Wie heeft evenwel ooit de prachtige liefdesgedichten van Paula Ludwig gelezen die ook als beeldende kunstenares erg verdienstelijk is geweest en waarvan wij een werk op de cover afdrukken.

De Nederlandse vertalingen van Ingeborg Bachmann blijken uitverkocht te zijn, maar de uitgever is blijkbaar niet in een herdruk geïnteresseerd. Wordt er heden ten dage in Oostenrijk interessante poëzie geschreven? De huidige uitgave hoopt daarop een bevestigend antwoord te kunnen geven: zowel "klassieke" als hedendaagse moderne dichters komen aan het woord.

Veertien jaar geleden publiceerde POINT ter gelegenheid van Europalia Oostenrijk "DE SCHREDEN VAN DE NACHT IN HET GRAS", een kleine verzameling moderne Oostenrijkse poëzie. Met "KWETSBAAR DOOR SCHOONHEID IN HET OOG - VERWUNDBAR DURCH SCHÖNHEIT IM AUG", een vers van Ingeborg Bachmann, bieden wij de lezer niet alleen een aantal gedichten van gevestigde waarden, maar ook werk van nooit eerder in het Nederlands vertaalde dichters die zeker het lezen en ontdekken waard zijn.

Brandmal

Wir schliefen nicht mehr, denn wir lagen im Uhrwerk der Schwermut
und bogen die Zeiger wie Ruten,
und sie schnellten zurück und peitschten die Zeit bis aufs Blut,
und du redetest wachsenden Dämmer,
und zwölfmal sagte ich du zur Nacht deiner Worte,
und sie tat sich auf und blieb offen,
und ich legt ihr ein Aug in den Schoß und flocht dir das andre ins Haar
und schlang zwischen beide die Zündschnur, die offene Ader -
und ein junger Blitz schwamm heran.

Paul Celan

***

Brandmerk

Wij sliepen niet meer, want we lagen in het uurwerk van de weemoed
en bogen de wijzers als roeden,
en ze snelden terug en geselden tot bloedens toe de tijd,
en je sprak toenemende deemstering,
en twaalf keer zei ik jij tot de nacht van je woorden,
en ze opende zich en bleef open,
en ik legde een oog in haar schoot en vlocht het andere in je haar
en plaatste tussen beiden de lont, de open ader-
en een jonge bliksem zwom aan.

Paul Celan

***

Immer wenn du zurückkommst
ist mirs
als sähe ich dich zum erstenmale:

Silbern stäubt es aus meiner Seele
wie aus den Weidenkätzchen
wenn der frühlingswind
sie zum erstenmale berührt.

Paula Ludwig

***

Telkens als je terugkomt
lijkt het mij
alsof ik je voor de eerste keer zie:

Zilverig stuift het uit mijn ziel
zoals uit wilgenkatjes
als de voorjaarswind
ze voor het eerst beroert.

Paula Ludwig

Uit: “Kwetsbaar als schoonheid in het oog”

 

 

De ruïne van de soefi

Gedichten van Fuad Rifka
Moderne Arabische poëzie uit Libanon
Tweetalig: Arabisch-Nederlands
Vertaling in samenwerking met de auteur van
Germain Droogenbroodt

POINTnr 59, 136p. ISBN: 90-71152-75-8

Net als China met zijn onvergetelijke T’ang-dichters als Li Po en Toe Foe heeft de Arabische wereld eveneens grote dichters gekend: Ibn al-Roemi, Ibn Arabi, Gibran Hahlid Gibran. Maar wordt er in de Arabische wereld heden ten dage nog goede, belangrijke poëzie geschreven? Met de Arabische poëzie is het net als met de moderne poëzie uit andere landen: slechts enkele namen zijn internationaal bekend. Dikwijls om redenen die niet eens iets met hun poëzie te maken hebben. Het verheugt ons dan ook ten zeerste een van de belangrijkste levende Arabische dichters voor te stellen en dat voor het eerst in het Nederlands vertaald. Een POINT-primeur dus.

Fuad Rifka, werd 1930 in Syrië geboren maar emigreerde naar Libanon. Hij studeerde in de Verenigde Staten en in Tübingen, waar hij doctoreerde. Sinds 1966 doceert hij filosofie aan de Lebanese American University. Alhoewel hij actief betrokken was bij het literair tijdschrift Schi’r (poëzie) dat vernieuwing nastreefde, is het werk van Rifka bijzonder lyrisch en filosofisch getint, zodat men onbewust aan de grote Arabische dichters moet denken. Menig gedicht van deze moderne soefi is een oase van rust, een eiland in een wereld, waarin de stilte dag aan dag zeldzamer wordt.


Germain Droogenbroodt
Sperwer

Iedere lente keert hij terug,
in een eik bouwt hij zijn nest
met klei van het veld
en met de doornen van het struikgewas.
Tijdens de vorige lente
vond hij de boom niet terug;
op zijn plaats stond een bulldozer,
zijn stoom een paraplu,
een wolk tussen de lippen van de lucht.
In de as van de ovens
rust de eik
in de ogen van de sperwer.

Fuad Rifka

Uit: “De ruïne van de soefi”

 

 

De papieren leugen

Gedichten van Vjatsjeslav Koeprianov
Moderne Russische poëzie
Tweetalig: Russisch-Nederlands
Vertaling: Lut Seys

POINTnr 71, 183p. ISBN: 9071152962

Vjatsjeslav Koeprianov werd geboren in 1939 in Novosibirsk, Siberië. Hij woont nu in Moskou. Zijn eerste publicaties waren vertalingen van Novalis, R.M. Rilke, Hoffmannstal, B. Brecht, G. Grass, Hans Arp en Erich Fried. Uit het Engels vertaalde hij Walt Whitman en Carl Sandburg. Hij publiceerde verschillende dichtbundels. Zijn gedichten werden vertaald in het Engels, Frans, Duits, Bulgaars, Pools en Servisch.

Koeprianov is trouw gebleven aan de culturele traditie van de grote Russische dichters, maar heeft wel resoluut gebroken met het rijm en metrum. Het was trouwens Poesjkin zelf die voorspeld had dat de Russische poëzie zich vroeg of laat zou ontdoen van het rijm.

Koeprianov weet met enkele eenvoudige woorden heel diepzinnige ideeën neer te pennen. De onderwerpen gaan van een traan over angst, medelijden en ijdelheid naar de glimlach. Van Diogenes en Odysseus naar de hedendaagse mens. Hij geeft ons les in aardrijkskunde, tekenen en grammatica. Hij legt uit hoe je een pinguïn, een giraf, een mol, een krokodil of stekelvarken kan worden, hij zingt het lied van de tijger, van de wolf en de beer, hij heeft het over de geschiedenis van de post, over alternatieve aardrijkskunde en over het standbeeld voor de onbekende malloot.

En de papieren leugen kleurt geel mettertijd. Geweerlopen, knuppels, gevangenistralies verzengen haar met hun zwarte schaduw. Zo verschijnt uit de donkerste jungle bij klaarlichte dag een papieren tijger- een kannibaal.


Lut Seys
Poëzie 1 Poëzie is zo natuurlijk als een venster in huis artificieel zoals het glas in het venster toevallig zoals de wereld achter het venster logisch zoals de wetenschap ze duikt op aan de grens en rijst omhaag en gaat weer onder. 2 Verzen- zijn zonnebloemen vertalingen van de zon verzen- zijn sneeuwvlokken lang wachtend op de sneeuw verzen- zijn sneeuwklokjes die de winter moe zijn verzen- zijn bomen met in hun schaduw het licht. Vjatsjeslav Koeprianov Uit: “De papieren leugen”