HALVE MAAN Sinds wanneer hang je daar, halve maan, bleek drijvend door de nacht? De wind steekt op, de nachtval brengt kilte en in het avondrood glinstert de
HET VENSTER Toen mijn geloof aan de zwakke draad van de gerechtigheid hing en overal in de stad de harten van mijn lampen gebroken en versplinterd waren,
Exil In de vreemde stad met een onbegrijpelijke taal loop je langs onbekende straten; je kent zelfs de naam van de rivier niet waarvan onder het stenen gewelf
IK RAAK GRAAG BLOEMEN AAN Méér nog dan boeken Tijdschriften En kranten Méér nog dan beweeglijke lippen Die de boeken, Die de tijdschriften De rampen nazeggen, Raak
BRUGGEN Laat ons bruggen bouwen zegt hij van stenen en staal onverwoestbaar door het gewicht van de gewapenden die ons zullen redden Laat ons buigzame dingen vlechten zegt